Mijn woorden, zinnen en verhalen.

Infodumpen

Om beter te leren schrijven, en omdat ik stiekem hoop ooit een boek uit te brengen, volg ik de cursus Fictie 2 bij editio.nl. Vier studenten op een online forum begeleid door Manon Uphoff. Dat klinkt niet alleen goed, dat is het ook. De wekelijkse opdrachten zijn leerzaam en de feedback verhelderend. Zo kreeg ik laatst te lezen dat ik best veel informatie in mijn fragment had gestopt. Ik fronste, deed ik dat echt? Een dag later sloot de feedback van mijn begeleider daar op aan en bij de vervolgopdrachten merkte ik hoe mijn overvloed aan informatie me behoorlijk deed struikelen.

Teveel van het goede is ook niet goed.

Ergens in mij zit de dwangmatige tic om alles te moeten verklaren en dan ook nog eens met elkaar te moeten verbinden. Iedere handeling heeft een reden, een functie in het verhaal en moet dan ook nog eens uitgelegd worden. Niet dat ik denk dat de lezer dom is, maar ik vind het zo fijn als alles klopt. Alleen ‘alles’ is best veel. Misschien wel te veel.

Op het randje.

Om het makkelijk te maken heb ik voor mezelf nu drie categorieën gemaakt: hoofdinformatie, sub-informatie en randinformatie. Laten we beginnen met het laatste.

  1. Randinformatie: Totaal nutteloze informatie die echt helemaal niets toevoegt aan het verhaal, behalve dan extra woorden.
  2. Sub-informatie: het is relevant voor het verhaal in de zin dat het plot ondersteunend is. Echter mocht de lezer het missen of vergeten, dan is er geen man overboord. Kan dus in principe ook geschrapt worden.
  3. Hoofdinformatie: dit is waar het om gaat in het verhaal. Als dit er niet instaat dan wordt het plot moeilijk te begrijpen.

Simpel is niet eenvoudig.

Hoewel het stappenplan hierboven er simpel uitziet is het niet altijd even eenvoudig om een keuze te maken onder welke categorie de informatie valt. Een gedetailleerde omschrijving van het leven van de hoofdpersoon of de wereld waarin het verhaal zich afspeelt voelt als een toevoeging aan het plot, maar kan de reden zijn dat de lezer het niet meer snapt.

Wel schrijven, niet publiceren.

Waar de lezer misschien geen behoefte aan heeft, is voor de schrijver van levensbelang. Schrijf daarom juist wel een gedetailleerde achtergrond van ieder (hoofd)personen. Benoem het kleinste detail in de wereld waarin het verhaal zich afspeelt. Beschrijf alles wat jij denkt dat maar enigszins relevant kan zijn voor het verhaal. Maar stop het niet in je boek/verhaal.

Klinkt als kostbare tijd verspillen.

Maar is het niet. Op deze manier leer je de wereldvan het verhaal en zijn inwoners, waardoor je makkelijker de hoofdzaken eruit kan pikken. Arceer desnoods steekwoorden die je later weer kan gebruiken. Door het verhaal heen kan je die informatie gedoseerd en op verschillende manieren aan de lezer overbrengen. Je kan een flashback beschrijven, een kort fragment als achtergrond informatie toevoegen, iets benoemen in een dialoog etc.
Je zal zien dat je niet alles hoeft te gebruiken, alleen de broodnodige informatie.

Er zijn meerdere wegen naar overzicht.

Infodump ontstaat niet alleen door een overkill aan (achtergrond)informatie. Er zijn meerdere manieren om een lezer te overprikkelen met informatie.

  • ‘dubbele’ zinnen waarin zaken onnodige worden herhaald en nog een keer worden gezegd.
  • nietszeggende lege of dubbel herhaalde bijvoeglijk naamwoorden, of bijzinnen.
  • wollige of lange omschrijvingen.
  • onnodig moeilijke taal.

Informatie als hoofdingrediënt.

De juiste ingrediënten voor een goede tekst zijn nauwkeurig afgewogen en in de goede verhouding, niet te veel en niet te weinig. Een boterkoek zonder boter maar met een lange omschrijving over de rit naar de supermarkt is namelijk ook niet lekkerder.

Verder Bericht

Vorige Bericht

Laat een reactie achter

© 2018 woorden van Meij

Thema door Anders Norén