Categorie: Schrijven

Wedstrijdje doen?

Wedstrijdje doen?

Als je niet ken winnen, moet je zorgen dat je niet verliest*.

over het nut van schrijfwedstrijden.

Het leven is geen wedstrijd, en zeker niet het leven van een schrijver. Het ‘product’ is immers een uniek kunstwerk, en niet iets dat in de vorm van een competitie aan andere gemeten kan worden. Schrijfwedstrijden worden daarom met argusogen bekeken. Het verplicht tegen een deadline aan schrijven, met een opgelegd thema, wordt gezien als een aanslag op de creativiteit. Ook gaat het ten koste van de tijd die men aan ‘eigen’ werk, een debuut bijv., kan besteden. 

De sterkste reden om niet met een schrijfwedstrijd mee te doen is overigens de kundigheid van de jury. Het merendeel van de schrijvers doet niet mee als er geen vakjury aanwezig is. Een wedstrijd op basis van alleen maar publieksstemmen, valt genadeloos af. 

Spel of de knikkers?

Uit een poll op Schrijven Online en Facebookpagina Korte Verhalen en Gedichten rolde de conclusie dat de meeste auteurs geneigd zijn mee te doen als het thema hen aanspreekt. Toch kan het ook verfrissend zijn om buiten de vertrouwde box te denken en het mee doen te zien als extra oefening en motivatie om de pen te slijpen. 

Win-Win zonder te winnen. 

  

Naast de eerder genoemde obstakels is het idee dat je maar een keer een eerste indruk kan achterlaten, een reden om niet mee toe doen. Stel je doet mee bij uitgeverij X, behaalt niet de top drie, wat zullen ze dan wel niet denken als je over een aantal maanden dat manuscript naar ze toestuurt?

Je kan het ook omdraaien. Want soms kan een deelname aan een schrijfwedstrijd toch een samenwerking met een uitgever opleveren. Een mooi voorbeeld is de literaire roman ‘Ladders van Schuim’ van Jan P Meijers. Het verhaal begon als inzending voor een schrijfwedstrijd bij Uitgeverij Xander. De literaire novelle ‘Kabelwoning’ won geen prijs, maar het verhaal liet Jan niet los en hij werkte het uit tot een roman. Bij een andere schrijfwedstrijd won een kort verhaal van zijn hand 4 uur schrijf-coaching. Erg handig als je toevallig een manuscript klaar hebt liggen. De uiteindelijke stap naar een uitgever werd ook bepaald door een schrijfwedstrijd. Bij de ‘Droomverhalen’ van Uitgeverij aqueZZ  behaalde Jan de shortlist, kwam in de bundel en leerde op deze manier het werk van de uitgeverij kennen. Nog geen jaar later ligt zijn boek ‘Ladders van Schuim’ in de winkels.

Troostprijs of toastprijs?

Net niet de eerste plaats halen, geeft gemengde gevoelens.  Veel schrijvers staren zich blind op de eerste prijs, maar als tweede of derde hoef je niet buiten de boot te vallen. Pamela Sharon behaalde dit jaar de tweede plek met haar Young Adult ‘De Geur van Groen’ bij de #MoonYAcontest. Een grote schrijfwedstrijd uitgeschreven door Uitgeverij Moon. De prijs was een gesprek bij de uitgever en redactie op (een deel van) het manuscript. Daaruit bleek dat ze erg positief waren. Pamela trok de stoute schoenen aan en vroeg of ze het wilden uitgeven en kreeg als antwoord terug dat dat zeker een mogelijkheid was. Ze stuurde het volledige manuscript in, het verhaal werd bij het management gepitcht en in het voorjaar van 2019 verschijnt haar debuut. 

Geen onnodige ratrace dus…

Het lijkt zonde van je tijd, en een niet behaalde shortlist is ook een behoorlijke deuk in je creatieve ego (I know…). Toch kan het meedoen met schrijfwedstrijden je meer opleveren dan je in eerste instantie dacht. Het kan de opmaat zijn voor een groter verhaal of uiteindelijk toch dat contract met de uitgever die bij je past. 

Wat ik zelf vaak doe is om een concept uit een groter werk om te buigen naar een inzending voor een schrijfwedstrijd. Zo ben ik toch met dat boek bezig, en toets ik tegelijkertijd mijn vaardigheden. Een win-win dus, zonder tijd en creativiteit te verliezen.  En daar gaat het uiteindelijk om; zorgen dat je niet verliest. 

* Uitspraak van Johan Cruyff 

Why, tell me why

Why, tell me why

Urgentie. Het vies klinkende woord waar ik eerder ook al een blog over schreef, dook deze week weer op in een verhitte discussie. In mijn eigen stuk had ik urgentie doorgetrokken naar de noodzaak om je lezer bij de tekst te houden. Dit aan de hand van René Appels ‘Spannende verhalen schrijven’. Maar urgentie is meer, veel meer. 

Nood maakt woorden.

Want dat is eigenlijk waar urgentie over gaat; de noodzaak om verteld en gelezen te worden. Dus voordat je je als schrijver gaat afvragen, hoe houd ik mijn lezer aan het lezen, vraag je dan eerst af waarom dat verhaal  überhaupt gelezen moet worden. 

Niets is fout.

Er zijn verschillende antwoorden mogelijk op de vraag waarom jouw verhaal gelezen moet worden. Het fijne ervan is, dat geen van die antwoorden fout zijn. Alleen, dankzij de hokjesgeest van tegenwoordig, kan je wel in een ander vakje terecht komen dan dat je had gehoopt. 

De meest voor de hand liggende reden om een verhaal te schrijven is dat het een bepaalde urgentie (gemeen hè?) bevat. Oftewel het verhaal heeft een toegevoegde waarde, een les voor de lezer om te leren. Dan kan een actualiteit zijn, maar ook een tijdsbeeld. Het kan de (lach)spiegel zijn die de maatschappij wordt voorgehouden, of een waarschuwing dat de manier waarop het nu gaat niet de juiste is, of een boterbriefje om bij het Koningshuis in goed daglicht te komen zoals Macbeth van Shakespeare. 

De overeenkomst tussen al deze mogelijkheden is dat de schrijver als het ware in dienst staat van de lezer. Niet als een doorgedraaide versie van vraag en aanbod. Maar de schrijver kijkt waar in zijn ogen het publiek behoefte aan heeft.

Een andere manier om urgentie in te vullen is om te kijken naar de bewuste vraag van de lezer. Een goed voorbeeld is een boek als Fifty Shades of Grey. Erotische lectuur genoeg, maar dankzij dit boek ontstond er een nieuwe trend. Ook een boek als ‘Eat, Pray, Love’ wakkerde menig keukenprinses aan te gaan schrijven en volledige recepten werden verweven tussen de verhaallijnen door. En dan heb ik niet eens de open deur ingetrapt die door J.R.R. Tolkien en J.K. Rowling op een kier werden gezet.

Dit klinkt een misschien beetje sarcastisch, en ook zakelijk, door de bocht, maar is wel hoe het tegenwoordig veelal werkt en daar is helemaal niets mis mee. Lezen is vooral entertainment voor veel lezers. Even een vlucht uit de realiteit dankzij een goed geschreven verhaal.

Het tegenovergestelde van de twee bovenstaande opties is, dat je als schrijver zelf de urgentie voelt om te schrijven. Jij wilt gewoon je verhaal vertellen, het moet uit je pen ongeacht of je wordt uitgegeven of gelezen. De reden dat ze je verhaal zouden moeten lezen, is omdat jij de noodzaak voelde het te schrijven.  

Goed, beter, best?

Het mooie van kunst is dat het zich niet laat beteugelen. Of beter gezegd, niet mag laten beteugelen. De ene vorm van urgentie is niet beter dan het andere. Het is voor jou als schrijver om te bepalen wat bij jou past. Geforceerd het trucje van een andere schrijver nadoen, doet alleen maar pijn op het einde. 

Het staat buiten kijf dat je de techniek wel moet beheersen, wil je ermee kunnen spelen. Als je weigert te leren dat de bal in het doel van de tegenspeler moet, wordt je nooit een goede voetballer. Hoe goed je ook tegen een bal kan trappen. 

Dus om het cirkeltje rond te maken kan een goede auteur voor zichzelf bepalen waar hij/zij de nadruk van urgentie legt. Karin Slaughter schrijft in die zin geen slechtere boeken dan bijvoorbeeld Jeroen Brouwers, alleen ligt de urgentie elders. 

Terug naar het begin.

Mijn tekst bevatte dus geen urgentie. Vond de hoofdredacteur. Wat ik er zelf van vond, weet ik nog niet zo goed. Het ging over een verzetstrijder wiens verhaal nog niet zo bekend is. Ze was een van de weinige succesvolle Engelandvaarders. Daar zat dus wel urgentie. Alleen schrijftechnisch was het onder de maat. Het was misschien wel prettig geschreven, maar kon de lezer niet vasthouden om de door mij bedoelde urgentie te laten proeven. Zo zie je maar weer. Schrijven is geen simpel 1,2, 3 en we hebben een bestseller. Alles moet samenvallen in de voor jouw juiste balans. En dat is een kwestie van lezen, oefenen, lezen en nog eens oefenen.

Over mijn like

Over mijn like

‘Nog één keer bedelen en dan houd ik er mee op.’ Vervolgens plaatste ik de dag erna weer dezelfde post. Ik bedelde om stemmen. Hoe meer volgers, hoe hoger mijn verhaal in de ranking kwam. Het ging hier dus om een geschreven stuk tekst, waarvan de waarde afhankelijk was van een duimpje omhoog, gegeven door iemand die mij die stem gunt maar misschien het verhaal helemaal niet gelezen heeft. En dat is eigenlijk wat je als schrijver wilt, gelezen worden. Toch?

Meeste stemmen gelden

En dan gaat bij de deelnemende schrijvers toch de voorkeur uit naar een schrijfwedstrijd waar een vakjury het laatste woord heeft. Ruim 75% geeft aan niet mee te doen als het alleen afhankelijk is van likes. 30% is zelfs principieel tegen een wedstrijd waarbij de gevreesde like een bepalende factor heeft. Boze tongen beweren zelfs dat dit soort wedstrijden alleen worden uitgeschreven om meer traffic te generen naar de site van de organisator. 

Afschaffen dan maar?

Hoewel er nu misschien een aantal handen in de lucht gaan, zullen dit soort wedstrijden toch niet verdwijnen. Een van jaarlijks grootste schrijfwedstrijden ‘De Editio Debutantenprijs’ werkt ook met een publieksprijs naast een vakjury prijs. Beide prijzen zijn niet van elkaar afhankelijk. Daarnaast kunnen de deelnemers ook feedback krijgen op hun werk van een Editio redacteur. Een succesvolle formule (meer dan 500 inzendingen) die volgend jaar weer herhaald wordt. 

Bij Sweek, een andere grote speler als het gaat om schrijfwedstrijden waarbij het aantal stemmen bepalend is, zal dat ook niet gaan veranderen. Ook zij hebben een aparte publieksprijs of laten het aantal volgers bepalend zijn voor een plek op de shortlist. Net als Bob van de Burg (Editio oprichter) geeft Sabine van der Plas (medeoprichtster Sweek) aan dat kwaliteit altijd het laatste woord zal hebben.

Maar….

Want als kwaliteit doorslaggevend is, waarom dan toch die likes? Bob van de Burg legt uit dat Editio een podium wil zijn voor schrijvers.  Als je jezelf presenteert op een podium met andere schrijvers, heb je de kans dat je gelezen wordt door de lezers die zij weer met zich meenemen. Door de wedstrijd te koppelen aan een waarderingssysteem ben je als schrijver eerder geneigd je werk te delen en zo het podium en je publiek uit te breiden.  

Bij Sweek staat ook het uitbreiden van je lezerspubliek voorop. Voor uitgevers tellen laatstgenoemde zeker mee. Het zal niet doorslaggevend zijn, maar het geeft wel een indicatie van hoe het in de smaak valt bij de doelgroep. Daarnaast wil Sweek ook door middel van een waarderingssysteem onderlinge interactiviteit stimuleren tussen schrijvers en lezers. 

Wel marketing, maar dan voor jezelf.

Hoewel ze bij Sweek een paar klikken extra op de site wel kunnen waarderen is het niet waar het hen omgaat. Sabine van der Plas benadrukt dat dit soort wedstrijden de eerste kennismaking zijn met het vergroten van je naamsbekendheid. Kwaliteit is een pré, maar ontdekt worden hangt daar wel mee samen. Bob van de Burg sluit zich hier bij aan en zegt dat door mee te doen aan dit soort wedstrijden betreed je de arena waarin je werk wordt getoond, en dat is uiteindelijk wat je als schrijver graag wilt. Je werk tonen en gelezen worden.

Met dank aan:

Bob van de Burg, oprichter Editio

Sabine van der Plas, mede oprichtster Sweek

lezer, blijf bij me…

lezer, blijf bij me…

Een tijdje terug werd een verhaal van mijn hand afgewezen omdat het (onder andere) urgentie miste. Urgentie. Het woord ligt ruw op de tong en rochelt door je keel. Na een tijdje voel je het ook schuren. Ik wel tenminste.Want als je verhaal urgentie mist, waarom is het dan geschreven? Gelukkig vroeg ik me ongeveer een week af of ik niet gewoon mijn laptop bij het oude vuil zal zetten, maar het ding is nog niet afgeschreven dus die vlieger ging niet op. 

Terug naar het schrijven. Ik moet schrijven. Er zitten zoveel verhalen nog in mijn hoofd, die moeten eruit. Daar zit dus wel de urgentie, de motivatie om door te gaan. De vraag is nu hoe ik dat ook in mijn verhalen krijg en de lezer bij me houd.

Wie, wat en waarom?

Daar draait het hele verhaal eigenlijk om. Bij het lezen van de eerste paar zinnen moeten die vragen gelijk boven het hoofd van de lezer hangen. Wat is er aan de hand? Wat zijn dit voor personages en waarom doen ze zoals ze doen?

Als schrijver geef je de antwoorden, al dan niet op een manipulerende wijze. Je kan zelf bepalen welke informatie je prijsgeeft en op welk punt in je verhaal je dat doet. 

Houd het spannend. 

Spanning houdt de wereld draaiende. Dat werkt in iedere relatie dus ook tussen lezer en schrijver. In het boek ‘Spannende verhalen schrijven’ beschrijft René Appel een aantal factoren die bijdragen aan een spannend  verhaal. Zo noemt hij als eerste de structuur van een verhaal. Door wisselingen van scènes en/of perspectief en het maken van tijdsprongen bouw je spanning op en kan je de lezer manipuleren in de informatie die je voorschotelt. Ook het bekende fenomeen ‘tijdsdruk’ kan een lezer aan de pagina’s gekluisterd houden. 

Een andere factor is het scheppen van verwachtingen. Stuur de lezer een bepaald laantje in en wijzig dan radicaal de route. Dat houdt hem/haar wel scherp. Aan de andere kant kan je ook een gebeurtenis aankondigen. De lezer blijft dan hangen om te zien of het uitkomt en hoe dat zal gaan gebeuren. 

Sympathy for the devil

of voor ieder ander (hoofd)personage, maar het scheelt als de lezer zich kan identificeren of punten van herkenning leest. Maak daarom een (hoofd)personage niet te ideaal, geef hem/haar ook een paar karakter ‘foutjes’ mee en laat zijn/haar behoefte voortkomen uit een menselijk verlangen . Als ik een boek lees, hoef ik geen afspiegeling van mezelf te lezen maar wel iemand die ik had kunnen zijn of wiens motivatie ik kan begrijpen. 

Met een personage van vlees en bloed ben je er nog niet. Er moet ook een conflict zijn. Dat kan tussen verschillende personages maar ook een psychologisch conflict binnen één personage. Om het geheel nog spannender te maken moet de oplossing niet voor handen liggen, het liefst zelfs ver buiten bereik en met de nodige complicaties.  

Zeg het met de juiste woorden

Daar valt of staat ieder verhaal mee. Schrijfstijl staat in dienst van het verhaal dat je wilt vertellen. Onnodig veel beeldspraak of ingewikkelde lange zinnen met een overdosis aan vergelijkingen halen de vaart uit je verhaal. Of je nu een literair hoogstandje wilt schrijven, of gewoon een weg-werp-roman voor bij het zwembad, het werkt niet als de lezer zich door de zinnen heen moet worstelen.  Het hoeft niet per sé in Jip/Janneke taal maar maak het niet onnodig complex. 

De perfecte mix

Die ontstaat pas als je de lezer serieus neemt. Je kan klakkeloos alle acht factoren kopiëren en een spanningsboog tot in den treuren rekken, maar het zal een keer breken en de lezer voelt zich bekocht. Kies daarom de ingrediënten nauwkeurig. Als schrijver maak je zelf de mix. De samenstelling is voor iedereen anders. Door veel te schrijven en te lezen merk je wat wel en niet werkt. Als lezer word ik gegrepen door de stijl en personages. Conflict en confrontatie hoeven van mij niet groot te zijn. Gek genoeg richt ik me als schrijver juist wel op die laatste twee en ga me te buiten aan een ingewikkelde structuur. Misschien toch maar de lezer in me laten schrijven.

Schrijvend rijk worden (2)

Schrijvend rijk worden (2)

Je kan voor jezelf schrijven, maar ook voor jezelf beginnen als schrijver. Aan het zelfstandig ondernemerschap zitten wel degelijk een aantal voordelen, maar dan moet je wel aan de spelregels van de belastingdienst voldoen. Een van de voorwaarde is dat je meerdere (betalende) opdrachtgevers moet hebben. Maar aan het predikaat ‘opdrachtgever’ kleven ook nog enkele regels.

Vestzak/ broekzak

Een zelfstandig ondernemer betaalt inkomstenbelasting over de behaalde winst. Hierdoor hoeft de opdrachtgever geen loonheffingen af te dragen, zoals wel het geval is bij een normale dienstbetrekking. Dat is ook logisch want als zelfstandig ondernemer heb je, in tegenstelling tot een werknemer,  geen recht op ziektekosten e.d. Daarom hoop je ook op goede inkomsten uit je opdrachten zodat je die kosten enigszins zelf kan opvangen (ondernemersrisico).

Opdrachtgever of leidinggevende

En daar zit het addertje onder het gras. Want als zelfstandige ondernemer heb je opdrachten nodig met natuurlijk een bijbehorende opdrachtgever,  maar laatstgenoemde mag ook niets anders zijn dan dat. Mocht er namelijk wel sprake zijn van een dienstbetrekking/arbeidsovereenkomst dan is afdracht (al dan niet door de opdrachtgever) van loonheffingen verplicht. Bij verzuim hiervan geldt uiteraard een boete. Nu zal je zeggen, als zelfstandige heb ik sowieso geen arbeidsovereenkomst, maar ook hier zitten we weer in een grijs gebied.

Arbeidsrelaties

Voor de wet is er sprake van een arbeidsovereenkomst als:

Er persoonlijk arbeid wordt verricht, er een gezagsverhouding is tussen werkgever en werknemer en als er een vergoeding van loon tegenover de verrichte arbeid staat

tip: loon is niet alleen geld en hoewel ‘gezagsverhouding’ misschien wat autoritair klinkt, is de grens tussen wel of niet flinterdun.

Zoveel netten zoveel mazen

En ook hier moet je goed naar je eigen situatie en opdrachtgever kijken om te bepalen wat de arbeidsrelatie is. De regelgeving omtrent arbeidsovereenkomsten is behoorlijk ingewikkeld en er zijn veel verschillende vormen van dienstbetrekkingen, ieder weer met zijn eigen mits en maren. Als zelfstandige hoor je te werken via een overeenkomst van opdracht (in de volksmond ook wel freelance overeenkomst) genoemd. Een aantal belangrijke punten van deze overeenkomst zijn:

  • Er is geen gezagsverhouding. Als opdrachtnemer ben je dus vrij in het uitvoeren van de opdracht en mag de opdrachtgever geen instructies geven. Is dat wel het geval dan kan er dus sprake zijn van een arbeidsovereenkomst.
  • Je hebt zelf de vrijheid de werktijden te bepalen
  • Je hebt zelf de vrijheid in het vaststellen aantal werkuren
  • je mag een opdracht weigeren
  • beloning op basis van het afronden van de opdracht.
  • je levert een dienst, geen stoffelijk werk (zoals een object of huis).
  • geen doorbetaling tijdens vakantie of arbeidsongeschiktheid.
  • ondernemersrisico als opdrachtnemer
  • je mag je laten vervangen door een ander
  • je hebt meerdere opdrachtgevers? (Niet binnen hetzelfde bedrijf).
  • het is een incidentele opdracht en geen regelmatig terugkerend patroon? (Dat wil niet zeggen dat je niet regelmatig dezelfde opdrachtgever kan hebben).
  • je werkt niet via een uitzendbureau.

Zoals ik als schreef, zoveel netten, zoveel mazen. Per situatie kan het verschillen en moet daarom ook grondig bekeken worden. Achteraf terugbetalen is altijd jammer. Voorheen was er de VAR-verklaring, maar die is afgeschaft. Nu werkt de belastingdienst met zogenaamde goedgekeurde voorbeeldovereenkomsten.

Bij twijfel:

Doe de check bij de belastingdienst.

Dit artikel is een vervolg op schrijvend rijk worden (1)
Schrijvend rijk worden (1)

Schrijvend rijk worden (1)

‘Dus jij wordt schrijfster als je later groot bent?’ en de volgende vraag die er standaard achteraan komt is: ‘kun je daar wat mee verdienen dan?’ Tja, dat is een goede vraag. Waarschijnlijk verdient een ‘echte’ baan beter. Maar als zelfstandig ondernemer is geld verdienen niet je eerste prioriteit. Toch wordt er gezegd dat er fiscaal winst te behalen is als zelfstandig ondernemer. Maar hoe werkt het nou precies en kan je er als (zelfstandige) schrijver ook van profiteren?

De belastingdienst: leuker kunnen we het niet maken.

En dat wordt het ook echt niet. Staar je daarom niet blind op een woord als ‘belastingvoordeel’. Dat betekend niet meer dan dat je iets minder belasting hoeft te betalen over de kosten die je reeds gemaakt hebt. Bovendien ken je het verhaal van het vestzak en de broekzak? Daar werkt de blauwe brigade ook graag mee, het voordeel in het vestzak, wordt weer terug verdient in de broekzak. Het grootste voordeel haal je dus, heel ouderwets, uit het niet maken van onnodige kosten.

Het voordeel van zelfstandig zijn.

De zelfstandigenaftrek houdt in dat je een x bedrag ( in 2017 € 7.280,-)  mag aftrekken van de gemaakte winst. Is de winst lager, dan is het bedrag wat je af mag trekken uiteraard ook lager. Het restant mag je de komende jaar verrekenen. Het kan ook zijn dat je recht hebt op een startersaftrek. In dat geval mag je het hele bedrag van € 7.280,- verrekenen, ook als de winst minder is (dat betekend dus dat je voor de inkomstenbelasting negatieve winst hebt). Trouwens, omzet is het totaal bedrag van de verkopen/diensten en (bruto)winst is wat er nog overblijft na aftrek van alle kosten (bruto winstmarge is dus belangrijker dan omzet, maar dat is een andere discussie).

Kerst op de taart

Daarnaast heb je ook de MKB-winstvrijstelling. Dat is een percentage van de behaalde winst uit een onderneming. In 2017 is de mkb-winstvrijstelling 14% van de winst die overblijft na aftrek van de zelfstandigenaftrek en nog de eventuele startersaftrek. Let wel op, het mes snijdt aan twee kanten. Bij een negatieve winst wordt hierdoor minder. Klinkt leuk, maar is belastingtechnisch minder voordelig.

Zelfstandig op eigen benen.

Om voor de belastingdienst in aanmerking te komen als zelfstandig ondernemer moet je aan een aantal voorwaarde voldoen.

  • Je eerste prioriteit is winst maken. Daarvoor moet je in ieder geval een omzet hebben.
  • Je staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel (en Fabrieken)
  • Je hebt meerdere opdrachtgevers, afnemers of klanten.
  • Je besteed aanzienlijke tijd aan je onderneming. De grens voor inkomstenbelasting is 1.225 uur per jaar (geen nevenwerkzaamheden en reëel verspreidt over je opdrachtgevers).
  • Als inhaker hierboven, moet minstens 50% van je inkomen uit je onderneming voortvloeien.
  • Je maakt reclame voor je onderneming en treedt ook op andere pr wijze naar buiten (website, twitter etc.)
  • Je wordt niet doorbetaald bij ziekte en vakantie
  • Je doet investeringen voor de onderneming
  • Je loopt bedrijfsrisico. Geen of slecht werk is ook geen inkomen. Inzet vereist dus.
  • Je bent aansprakelijk voor (eventuele) schulden van de onderneming
  • Je stuurt facturen voor de verrichtte werkzaamheden.
  • Werkzaamheden verlopen niet via een uitzendbureau of bemiddelingsbureau
  • Soms heb je personeel in dienst.

Niet blauw maar grijs.

Het zelfstandig ondernemerschap bevindt zich in een grijs gebied. Soms voldoe je maar aan een aantal kenmerken en dat maakt je dan helaas geen zelfstandig ondernemer. De inspanningen voor je ondermening moeten aanzienlijk zijn, het is in principe gewoon een baan. Je moet een gedegen administratie voeren (of laten voeren), geld ermee verdienen en risico lopen.  Een maandelijkse bijdrage bij twee clubbladen, sporadisch een gastblog online en een miniposter bij de plaatselijke bibliotheek is helaas niet genoeg om als zelfstandig ondernemer door te gaan. Zelfs niet als je daarnaast ruim 1500 uur per jaar besteedt aan je schrijven.

Zelfstandig of niet?

Twijfel je of je wel op niet zelfstandig genoeg bent doe dan de check bij de belastingdienst.

Hoe begin je?

Hoe begin je?

De eerste zin, het moment van oogcontact met je lezer. Er ontluikt zich een kennismaking met het verhaal. Het eerste hoofdstuk volgt en de lezer besluit om mee te reizen. Klinkt relatief eenvoudig maar we weten allemaal wel hoe we bij een eerste kennismaking staan te zweten en te hakkelen. Voor een schrijver is het precies hetzelfde. Een goed begin is in schrijversland nogal een ‘dingetje’. Maar hoe schrijf je een goed begin? Zijn daar regels voor en bestaat er überhaupt wel iets van een Gouden regel?

Het einde van het begin.

Op het alwetende internet zijn ontelbare artikelen te vinden over die ene perfecte zin, allen kundig geïllustreerd met voorbeelden uit bekende romans. Verhelderd zijn die artikelen niet altijd. Wat door de een werd afgeraden, werd door een ander weer bejubeld. Blijkbaar zijn er net zo veel manieren om te beginnen als dat er romans zijn.

In het begin mag alles.

Je zal het op het eerste gezicht wel zeggen, maar hoe je begint is afhankelijk van het boek dat je schrijft. Op schrijvenonline stond de belangrijke tip dat je pas een goed begin kunt schrijven als je de rest van het verhaal ook kent. Klinkt misschien als een open deur maar is in de praktijk toch moeilijker dan je denkt. Vandaar ook het advies om eerst je verhaal te doorgronden en dan pas het begin te schrijven.

Hoe open je  de juiste deur?

In principe zet je in het begin een aantal vraagtekens uit waarop de lezer tijdens het lezen antwoord gaat krijgen. Met uiteraard als slotstuk: het volledige antwoord. Dosering is hier ook een toverwoord: maak nieuwsgierig, strooi broodkruimels en leidt zo de lezer verder het verhaal in. Maar zaai geen verwarring. Een aantal richtlijnen die je hierbij kunnen helpen zijn als volgt:

  1. Zorg dat de setting duidelijk is. Denk bijvoorbeeld aan de plaats, het seizoen, tijdperiode etc.
  2. Toon in grote lijnen de kern van je (hoofd)personage en het verhaal. Maak er uiteraard geen samenvatting maar gebruik een paar zinnen en breidt dat later in het verhaal verder uit. Het is belangrijk dat de lezer (ook in de rest van het verhaal) weet waar hij/zij aan toe is.
  3. Creëer spanning. Na het lezen van hoofdstuk 1 wil je graag dat de lezer nieuwsgierig doorgaat naar hoofdstuk 2. Dat kan alleen als je al iets van spanning creëert.. Dat hoeft niet gelijk met moord en doodslag maar kan ook met een klein conflict, een probleem of verandering in het leven van je personage(s).

Proloog: een begin voor het begin.

Hoewel je nooit een tweede kans krijgt voor een eerste indruk lijken sommige schrijvers dat wel te proberen door middel van een proloog. Het is echter een verkeerde gedachte dat dit een soort ‘pre-begin’ is. Een proloog is een op zichzelf staand verhaal wat overkoepelend is voor het hele verhaal dat je wilt vertellen. Vaak wordt dit in een ander perspectief geschreven dan de rest van het verhaal.

De Gouden regel.

Die is er dus niet. Een goed begin staat in dienst van je verhaal en nodigt de lezer uit om verder te gaan. Dat bereik je echter niet door je krampachtig vast te houden aan allerlei regels die we ons graag laten opleggen. Bovendien raak je hierdoor ook nog eens het plezier in schrijven kwijt. Onthoudt waarom je schrijft, wat je wil vertellen en begin gewoon.

*dit artikel werd mede mogelijk gemaakt door leden op schrijvenonline.

Infodumpen

Infodumpen

Om beter te leren schrijven, en omdat ik stiekem hoop ooit een boek uit te brengen, volg ik de cursus Fictie 2 bij editio.nl. Vier studenten op een online forum begeleid door Manon Uphoff. Dat klinkt niet alleen goed, dat is het ook. De wekelijkse opdrachten zijn leerzaam en de feedback verhelderend. Zo kreeg ik laatst te lezen dat ik best veel informatie in mijn fragment had gestopt. Ik fronste, deed ik dat echt? Een dag later sloot de feedback van mijn begeleider daar op aan en bij de vervolgopdrachten merkte ik hoe mijn overvloed aan informatie me behoorlijk deed struikelen.

Teveel van het goede is ook niet goed.

Ergens in mij zit de dwangmatige tic om alles te moeten verklaren en dan ook nog eens met elkaar te moeten verbinden. Iedere handeling heeft een reden, een functie in het verhaal en moet dan ook nog eens uitgelegd worden. Niet dat ik denk dat de lezer dom is, maar ik vind het zo fijn als alles klopt. Alleen ‘alles’ is best veel. Misschien wel te veel.

Op het randje.

Om het makkelijk te maken heb ik voor mezelf nu drie categorieën gemaakt: hoofdinformatie, sub-informatie en randinformatie. Laten we beginnen met het laatste.

  1. Randinformatie: Totaal nutteloze informatie die echt helemaal niets toevoegt aan het verhaal, behalve dan extra woorden.
  2. Sub-informatie: het is relevant voor het verhaal in de zin dat het plot ondersteunend is. Echter mocht de lezer het missen of vergeten, dan is er geen man overboord. Kan dus in principe ook geschrapt worden.
  3. Hoofdinformatie: dit is waar het om gaat in het verhaal. Als dit er niet instaat dan wordt het plot moeilijk te begrijpen.

Simpel is niet eenvoudig.

Hoewel het stappenplan hierboven er simpel uitziet is het niet altijd even eenvoudig om een keuze te maken onder welke categorie de informatie valt. Een gedetailleerde omschrijving van het leven van de hoofdpersoon of de wereld waarin het verhaal zich afspeelt voelt als een toevoeging aan het plot, maar kan de reden zijn dat de lezer het niet meer snapt.

Wel schrijven, niet publiceren.

Waar de lezer misschien geen behoefte aan heeft, is voor de schrijver van levensbelang. Schrijf daarom juist wel een gedetailleerde achtergrond van ieder (hoofd)personen. Benoem het kleinste detail in de wereld waarin het verhaal zich afspeelt. Beschrijf alles wat jij denkt dat maar enigszins relevant kan zijn voor het verhaal. Maar stop het niet in je boek/verhaal.

Klinkt als kostbare tijd verspillen.

Maar is het niet. Op deze manier leer je de wereldvan het verhaal en zijn inwoners, waardoor je makkelijker de hoofdzaken eruit kan pikken. Arceer desnoods steekwoorden die je later weer kan gebruiken. Door het verhaal heen kan je die informatie gedoseerd en op verschillende manieren aan de lezer overbrengen. Je kan een flashback beschrijven, een kort fragment als achtergrond informatie toevoegen, iets benoemen in een dialoog etc.
Je zal zien dat je niet alles hoeft te gebruiken, alleen de broodnodige informatie.

Er zijn meerdere wegen naar overzicht.

Infodump ontstaat niet alleen door een overkill aan (achtergrond)informatie. Er zijn meerdere manieren om een lezer te overprikkelen met informatie.

  • ‘dubbele’ zinnen waarin zaken onnodige worden herhaald en nog een keer worden gezegd.
  • nietszeggende lege of dubbel herhaalde bijvoeglijk naamwoorden, of bijzinnen.
  • wollige of lange omschrijvingen.
  • onnodig moeilijke taal.

Informatie als hoofdingrediënt.

De juiste ingrediënten voor een goede tekst zijn nauwkeurig afgewogen en in de goede verhouding, niet te veel en niet te weinig. Een boterkoek zonder boter maar met een lange omschrijving over de rit naar de supermarkt is namelijk ook niet lekkerder.

Wat voegt de bij toe?

Wat voegt de bij toe?

Ooit wel eens in een restaurant geweest waarbij het hoofdgerecht werd verdrongen door de bijgerechten? Dat je je een weg moest te banen tussen het net te kort gekookte knabbelvoer en de als aardappels vermomde knikkers? Om uiteindelijk de steak ergens tussen neus en lippen door te vinden terwijl de honger je al was vergaan? Grote kans dat je daar niet meer terug gaat.

Bijvoeglijk naamwoorden zijn net bijgerechten. Zonder is zo kaal, maar als ze gaan overheersen is het ook niet goed. Het gaat erom dat ze wat toevoegen zonder de aandacht af te leiden van waar het om gaat.

Mooi rood is niet lelijk.

Allereerst zijn bijvoeglijk naamwoorden in het leven geroepen om een eigenschap of toestand aan een zelfstandig naamwoord te toe kennen. Dat kan van alles zijn. Een auto kan rood, mooi, lelijk, oud, gesloopt en verzin maar wat zijn. In hoeverre die extra informatie echter wat toevoegt aan de tekst en de boodschap die je daarmee over wilt brengen, is aan de kritische schrijver om te beoordelen.

Gebruik daarom bijvoeglijk naamwoorden niet enkel ter decoratie maar zorg dat ze een functie hebben. Dat kan direct; het geeft belangrijke informatie weer met betrekking tot de hoofdtekst. Maar ook indirect; het zegt iets over de subtekst. Bijvoorbeeld het ‘net te kort gekookte’ zegt niet alleen iets over de staat van het knabbelvoer maar ook iets over de positie van een bijgerecht en daarmee uiteindelijk ook het bijvoeglijk naamwoord.

Overdaad schaadt

Als woordkunstenaar voelt ieder woord in de tekst als even belangrijk. Toch zul je af een toe een paar van je lievelingen moeten laten sneuvelen. Er schuilen een aantal gevaren als je er te overdadig mee strooit.

  • hoofd en bijzaak zijn niet meer duidelijk te onderscheiden voor de lezer. Met gevolg dat de lezer de essentie mist.
  • De tekst kan onbegaanbaar worden. Bij een bloemlezing aan bijvoeglijk naamwoorden kan een ondoorgrondelijke jungle worden.
  • Overbodige bepalingen, oftewel een dreigend pleonasme, kan op de zenuwen gaan werken van een lezer. Je mag er vanuit gaan dat de lezer best wel snapt dat een zonnestraal warm is.
  • In hetzelfde hokje past de tautologie. Sporadisch een zin als ‘een eenzame verlaten weg’ is nog wel te doen. Teveel suggereert bladvulling.
    Een lezer kan zich door dit alles overbodig voelen. Door alles in te vullen, wordt de verbeelding niet meer aangesproken. Een lezer kan best zelf nadenken en raakt daardoor ook meer betrokken in het verhaal. Laat hier en daar iets open.

Maar het klinkt zo lekker literair.

Hier komt een kleine denkfout kort door de bocht. Veel (beginnende) schrijvers denken dat hoe meer moeilijk klinkende zinnen doordrenkt met smeuïge bijvoeglijk naamwoorden des te beter is het schrijfwerk. Dat valt te bezien. Het is een eindeloze discussie dat proza enkel gebonden is aan volledige taalkundige vrijheid, dit in tegenstelling tot zakelijke teksten, maar toch kan je als creatief schrijver niet lukraak woorden in zinnen wringen.

Puntje bij paaltje…

Ook in de literatuur geldt: heeft een bijvoeglijk naamwoord geen functie in je tekst, behalve dan mooimakerij, schrap het. Zorg dat ieder woord in de tekst in functie staat van het doel. Zeg je daadwerkelijk wat je wil zeggen, of zeg je meer? Haal je er misschien irrelevante zaken bij? Geef je zelfstandig naamwoorden nog een extra sausje wat helemaal niets toevoegt? Wees kritisch en durf te schrappen, hoe mooi sommige zinnen ook lijken te klinken. Want als er uiteindelijk woorden in staan die de sop de kool niet waard zijn, verdwijnt alles door de gootsteen, en dat is zonde.