Categorie: Groeiend schrijven

Wedstrijdje doen?

Wedstrijdje doen?

Als je niet ken winnen, moet je zorgen dat je niet verliest*.

over het nut van schrijfwedstrijden.

Het leven is geen wedstrijd, en zeker niet het leven van een schrijver. Het ‘product’ is immers een uniek kunstwerk, en niet iets dat in de vorm van een competitie aan andere gemeten kan worden. Schrijfwedstrijden worden daarom met argusogen bekeken. Het verplicht tegen een deadline aan schrijven, met een opgelegd thema, wordt gezien als een aanslag op de creativiteit. Ook gaat het ten koste van de tijd die men aan ‘eigen’ werk, een debuut bijv., kan besteden. 

De sterkste reden om niet met een schrijfwedstrijd mee te doen is overigens de kundigheid van de jury. Het merendeel van de schrijvers doet niet mee als er geen vakjury aanwezig is. Een wedstrijd op basis van alleen maar publieksstemmen, valt genadeloos af. 

Spel of de knikkers?

Uit een poll op Schrijven Online en Facebookpagina Korte Verhalen en Gedichten rolde de conclusie dat de meeste auteurs geneigd zijn mee te doen als het thema hen aanspreekt. Toch kan het ook verfrissend zijn om buiten de vertrouwde box te denken en het mee doen te zien als extra oefening en motivatie om de pen te slijpen. 

Win-Win zonder te winnen. 

  

Naast de eerder genoemde obstakels is het idee dat je maar een keer een eerste indruk kan achterlaten, een reden om niet mee toe doen. Stel je doet mee bij uitgeverij X, behaalt niet de top drie, wat zullen ze dan wel niet denken als je over een aantal maanden dat manuscript naar ze toestuurt?

Je kan het ook omdraaien. Want soms kan een deelname aan een schrijfwedstrijd toch een samenwerking met een uitgever opleveren. Een mooi voorbeeld is de literaire roman ‘Ladders van Schuim’ van Jan P Meijers. Het verhaal begon als inzending voor een schrijfwedstrijd bij Uitgeverij Xander. De literaire novelle ‘Kabelwoning’ won geen prijs, maar het verhaal liet Jan niet los en hij werkte het uit tot een roman. Bij een andere schrijfwedstrijd won een kort verhaal van zijn hand 4 uur schrijf-coaching. Erg handig als je toevallig een manuscript klaar hebt liggen. De uiteindelijke stap naar een uitgever werd ook bepaald door een schrijfwedstrijd. Bij de ‘Droomverhalen’ van Uitgeverij aqueZZ  behaalde Jan de shortlist, kwam in de bundel en leerde op deze manier het werk van de uitgeverij kennen. Nog geen jaar later ligt zijn boek ‘Ladders van Schuim’ in de winkels.

Troostprijs of toastprijs?

Net niet de eerste plaats halen, geeft gemengde gevoelens.  Veel schrijvers staren zich blind op de eerste prijs, maar als tweede of derde hoef je niet buiten de boot te vallen. Pamela Sharon behaalde dit jaar de tweede plek met haar Young Adult ‘De Geur van Groen’ bij de #MoonYAcontest. Een grote schrijfwedstrijd uitgeschreven door Uitgeverij Moon. De prijs was een gesprek bij de uitgever en redactie op (een deel van) het manuscript. Daaruit bleek dat ze erg positief waren. Pamela trok de stoute schoenen aan en vroeg of ze het wilden uitgeven en kreeg als antwoord terug dat dat zeker een mogelijkheid was. Ze stuurde het volledige manuscript in, het verhaal werd bij het management gepitcht en in het voorjaar van 2019 verschijnt haar debuut. 

Geen onnodige ratrace dus…

Het lijkt zonde van je tijd, en een niet behaalde shortlist is ook een behoorlijke deuk in je creatieve ego (I know…). Toch kan het meedoen met schrijfwedstrijden je meer opleveren dan je in eerste instantie dacht. Het kan de opmaat zijn voor een groter verhaal of uiteindelijk toch dat contract met de uitgever die bij je past. 

Wat ik zelf vaak doe is om een concept uit een groter werk om te buigen naar een inzending voor een schrijfwedstrijd. Zo ben ik toch met dat boek bezig, en toets ik tegelijkertijd mijn vaardigheden. Een win-win dus, zonder tijd en creativiteit te verliezen.  En daar gaat het uiteindelijk om; zorgen dat je niet verliest. 

* Uitspraak van Johan Cruyff 

Why, tell me why

Why, tell me why

Urgentie. Het vies klinkende woord waar ik eerder ook al een blog over schreef, dook deze week weer op in een verhitte discussie. In mijn eigen stuk had ik urgentie doorgetrokken naar de noodzaak om je lezer bij de tekst te houden. Dit aan de hand van René Appels ‘Spannende verhalen schrijven’. Maar urgentie is meer, veel meer. 

Nood maakt woorden.

Want dat is eigenlijk waar urgentie over gaat; de noodzaak om verteld en gelezen te worden. Dus voordat je je als schrijver gaat afvragen, hoe houd ik mijn lezer aan het lezen, vraag je dan eerst af waarom dat verhaal  überhaupt gelezen moet worden. 

Niets is fout.

Er zijn verschillende antwoorden mogelijk op de vraag waarom jouw verhaal gelezen moet worden. Het fijne ervan is, dat geen van die antwoorden fout zijn. Alleen, dankzij de hokjesgeest van tegenwoordig, kan je wel in een ander vakje terecht komen dan dat je had gehoopt. 

De meest voor de hand liggende reden om een verhaal te schrijven is dat het een bepaalde urgentie (gemeen hè?) bevat. Oftewel het verhaal heeft een toegevoegde waarde, een les voor de lezer om te leren. Dan kan een actualiteit zijn, maar ook een tijdsbeeld. Het kan de (lach)spiegel zijn die de maatschappij wordt voorgehouden, of een waarschuwing dat de manier waarop het nu gaat niet de juiste is, of een boterbriefje om bij het Koningshuis in goed daglicht te komen zoals Macbeth van Shakespeare. 

De overeenkomst tussen al deze mogelijkheden is dat de schrijver als het ware in dienst staat van de lezer. Niet als een doorgedraaide versie van vraag en aanbod. Maar de schrijver kijkt waar in zijn ogen het publiek behoefte aan heeft.

Een andere manier om urgentie in te vullen is om te kijken naar de bewuste vraag van de lezer. Een goed voorbeeld is een boek als Fifty Shades of Grey. Erotische lectuur genoeg, maar dankzij dit boek ontstond er een nieuwe trend. Ook een boek als ‘Eat, Pray, Love’ wakkerde menig keukenprinses aan te gaan schrijven en volledige recepten werden verweven tussen de verhaallijnen door. En dan heb ik niet eens de open deur ingetrapt die door J.R.R. Tolkien en J.K. Rowling op een kier werden gezet.

Dit klinkt een misschien beetje sarcastisch, en ook zakelijk, door de bocht, maar is wel hoe het tegenwoordig veelal werkt en daar is helemaal niets mis mee. Lezen is vooral entertainment voor veel lezers. Even een vlucht uit de realiteit dankzij een goed geschreven verhaal.

Het tegenovergestelde van de twee bovenstaande opties is, dat je als schrijver zelf de urgentie voelt om te schrijven. Jij wilt gewoon je verhaal vertellen, het moet uit je pen ongeacht of je wordt uitgegeven of gelezen. De reden dat ze je verhaal zouden moeten lezen, is omdat jij de noodzaak voelde het te schrijven.  

Goed, beter, best?

Het mooie van kunst is dat het zich niet laat beteugelen. Of beter gezegd, niet mag laten beteugelen. De ene vorm van urgentie is niet beter dan het andere. Het is voor jou als schrijver om te bepalen wat bij jou past. Geforceerd het trucje van een andere schrijver nadoen, doet alleen maar pijn op het einde. 

Het staat buiten kijf dat je de techniek wel moet beheersen, wil je ermee kunnen spelen. Als je weigert te leren dat de bal in het doel van de tegenspeler moet, wordt je nooit een goede voetballer. Hoe goed je ook tegen een bal kan trappen. 

Dus om het cirkeltje rond te maken kan een goede auteur voor zichzelf bepalen waar hij/zij de nadruk van urgentie legt. Karin Slaughter schrijft in die zin geen slechtere boeken dan bijvoorbeeld Jeroen Brouwers, alleen ligt de urgentie elders. 

Terug naar het begin.

Mijn tekst bevatte dus geen urgentie. Vond de hoofdredacteur. Wat ik er zelf van vond, weet ik nog niet zo goed. Het ging over een verzetstrijder wiens verhaal nog niet zo bekend is. Ze was een van de weinige succesvolle Engelandvaarders. Daar zat dus wel urgentie. Alleen schrijftechnisch was het onder de maat. Het was misschien wel prettig geschreven, maar kon de lezer niet vasthouden om de door mij bedoelde urgentie te laten proeven. Zo zie je maar weer. Schrijven is geen simpel 1,2, 3 en we hebben een bestseller. Alles moet samenvallen in de voor jouw juiste balans. En dat is een kwestie van lezen, oefenen, lezen en nog eens oefenen.

Over mijn like

Over mijn like

‘Nog één keer bedelen en dan houd ik er mee op.’ Vervolgens plaatste ik de dag erna weer dezelfde post. Ik bedelde om stemmen. Hoe meer volgers, hoe hoger mijn verhaal in de ranking kwam. Het ging hier dus om een geschreven stuk tekst, waarvan de waarde afhankelijk was van een duimpje omhoog, gegeven door iemand die mij die stem gunt maar misschien het verhaal helemaal niet gelezen heeft. En dat is eigenlijk wat je als schrijver wilt, gelezen worden. Toch?

Meeste stemmen gelden

En dan gaat bij de deelnemende schrijvers toch de voorkeur uit naar een schrijfwedstrijd waar een vakjury het laatste woord heeft. Ruim 75% geeft aan niet mee te doen als het alleen afhankelijk is van likes. 30% is zelfs principieel tegen een wedstrijd waarbij de gevreesde like een bepalende factor heeft. Boze tongen beweren zelfs dat dit soort wedstrijden alleen worden uitgeschreven om meer traffic te generen naar de site van de organisator. 

Afschaffen dan maar?

Hoewel er nu misschien een aantal handen in de lucht gaan, zullen dit soort wedstrijden toch niet verdwijnen. Een van jaarlijks grootste schrijfwedstrijden ‘De Editio Debutantenprijs’ werkt ook met een publieksprijs naast een vakjury prijs. Beide prijzen zijn niet van elkaar afhankelijk. Daarnaast kunnen de deelnemers ook feedback krijgen op hun werk van een Editio redacteur. Een succesvolle formule (meer dan 500 inzendingen) die volgend jaar weer herhaald wordt. 

Bij Sweek, een andere grote speler als het gaat om schrijfwedstrijden waarbij het aantal stemmen bepalend is, zal dat ook niet gaan veranderen. Ook zij hebben een aparte publieksprijs of laten het aantal volgers bepalend zijn voor een plek op de shortlist. Net als Bob van de Burg (Editio oprichter) geeft Sabine van der Plas (medeoprichtster Sweek) aan dat kwaliteit altijd het laatste woord zal hebben.

Maar….

Want als kwaliteit doorslaggevend is, waarom dan toch die likes? Bob van de Burg legt uit dat Editio een podium wil zijn voor schrijvers.  Als je jezelf presenteert op een podium met andere schrijvers, heb je de kans dat je gelezen wordt door de lezers die zij weer met zich meenemen. Door de wedstrijd te koppelen aan een waarderingssysteem ben je als schrijver eerder geneigd je werk te delen en zo het podium en je publiek uit te breiden.  

Bij Sweek staat ook het uitbreiden van je lezerspubliek voorop. Voor uitgevers tellen laatstgenoemde zeker mee. Het zal niet doorslaggevend zijn, maar het geeft wel een indicatie van hoe het in de smaak valt bij de doelgroep. Daarnaast wil Sweek ook door middel van een waarderingssysteem onderlinge interactiviteit stimuleren tussen schrijvers en lezers. 

Wel marketing, maar dan voor jezelf.

Hoewel ze bij Sweek een paar klikken extra op de site wel kunnen waarderen is het niet waar het hen omgaat. Sabine van der Plas benadrukt dat dit soort wedstrijden de eerste kennismaking zijn met het vergroten van je naamsbekendheid. Kwaliteit is een pré, maar ontdekt worden hangt daar wel mee samen. Bob van de Burg sluit zich hier bij aan en zegt dat door mee te doen aan dit soort wedstrijden betreed je de arena waarin je werk wordt getoond, en dat is uiteindelijk wat je als schrijver graag wilt. Je werk tonen en gelezen worden.

Met dank aan:

Bob van de Burg, oprichter Editio

Sabine van der Plas, mede oprichtster Sweek

lezer, blijf bij me…

lezer, blijf bij me…

Een tijdje terug werd een verhaal van mijn hand afgewezen omdat het (onder andere) urgentie miste. Urgentie. Het woord ligt ruw op de tong en rochelt door je keel. Na een tijdje voel je het ook schuren. Ik wel tenminste.Want als je verhaal urgentie mist, waarom is het dan geschreven? Gelukkig vroeg ik me ongeveer een week af of ik niet gewoon mijn laptop bij het oude vuil zal zetten, maar het ding is nog niet afgeschreven dus die vlieger ging niet op. 

Terug naar het schrijven. Ik moet schrijven. Er zitten zoveel verhalen nog in mijn hoofd, die moeten eruit. Daar zit dus wel de urgentie, de motivatie om door te gaan. De vraag is nu hoe ik dat ook in mijn verhalen krijg en de lezer bij me houd.

Wie, wat en waarom?

Daar draait het hele verhaal eigenlijk om. Bij het lezen van de eerste paar zinnen moeten die vragen gelijk boven het hoofd van de lezer hangen. Wat is er aan de hand? Wat zijn dit voor personages en waarom doen ze zoals ze doen?

Als schrijver geef je de antwoorden, al dan niet op een manipulerende wijze. Je kan zelf bepalen welke informatie je prijsgeeft en op welk punt in je verhaal je dat doet. 

Houd het spannend. 

Spanning houdt de wereld draaiende. Dat werkt in iedere relatie dus ook tussen lezer en schrijver. In het boek ‘Spannende verhalen schrijven’ beschrijft René Appel een aantal factoren die bijdragen aan een spannend  verhaal. Zo noemt hij als eerste de structuur van een verhaal. Door wisselingen van scènes en/of perspectief en het maken van tijdsprongen bouw je spanning op en kan je de lezer manipuleren in de informatie die je voorschotelt. Ook het bekende fenomeen ‘tijdsdruk’ kan een lezer aan de pagina’s gekluisterd houden. 

Een andere factor is het scheppen van verwachtingen. Stuur de lezer een bepaald laantje in en wijzig dan radicaal de route. Dat houdt hem/haar wel scherp. Aan de andere kant kan je ook een gebeurtenis aankondigen. De lezer blijft dan hangen om te zien of het uitkomt en hoe dat zal gaan gebeuren. 

Sympathy for the devil

of voor ieder ander (hoofd)personage, maar het scheelt als de lezer zich kan identificeren of punten van herkenning leest. Maak daarom een (hoofd)personage niet te ideaal, geef hem/haar ook een paar karakter ‘foutjes’ mee en laat zijn/haar behoefte voortkomen uit een menselijk verlangen . Als ik een boek lees, hoef ik geen afspiegeling van mezelf te lezen maar wel iemand die ik had kunnen zijn of wiens motivatie ik kan begrijpen. 

Met een personage van vlees en bloed ben je er nog niet. Er moet ook een conflict zijn. Dat kan tussen verschillende personages maar ook een psychologisch conflict binnen één personage. Om het geheel nog spannender te maken moet de oplossing niet voor handen liggen, het liefst zelfs ver buiten bereik en met de nodige complicaties.  

Zeg het met de juiste woorden

Daar valt of staat ieder verhaal mee. Schrijfstijl staat in dienst van het verhaal dat je wilt vertellen. Onnodig veel beeldspraak of ingewikkelde lange zinnen met een overdosis aan vergelijkingen halen de vaart uit je verhaal. Of je nu een literair hoogstandje wilt schrijven, of gewoon een weg-werp-roman voor bij het zwembad, het werkt niet als de lezer zich door de zinnen heen moet worstelen.  Het hoeft niet per sé in Jip/Janneke taal maar maak het niet onnodig complex. 

De perfecte mix

Die ontstaat pas als je de lezer serieus neemt. Je kan klakkeloos alle acht factoren kopiëren en een spanningsboog tot in den treuren rekken, maar het zal een keer breken en de lezer voelt zich bekocht. Kies daarom de ingrediënten nauwkeurig. Als schrijver maak je zelf de mix. De samenstelling is voor iedereen anders. Door veel te schrijven en te lezen merk je wat wel en niet werkt. Als lezer word ik gegrepen door de stijl en personages. Conflict en confrontatie hoeven van mij niet groot te zijn. Gek genoeg richt ik me als schrijver juist wel op die laatste twee en ga me te buiten aan een ingewikkelde structuur. Misschien toch maar de lezer in me laten schrijven.