Hoofdstuk 1

admin  

Hoofdstuk 1

Ben

Hoe het begon

‘Wat was de reden ook alweer dat ik om drie uur op de oprijlaan moet staan?’ Ik herhaal de instructies van Kaz zo volledig mogelijk voor het geval Ember me weer eens niet begrijpt. Ze was erbij toen ik de orders van haar broer kreeg, en misschien snapte zij wel wat de clou achter zijn opdracht was.

‘Hij wil ergens met je naartoe,’ antwoordt ze terwijl ze haar schoolboeken uitstalt op de ronde keukentafel. Embers idee van een gezellig middagje samen zijn, valt altijd in dezelfde categorie als ‘huiswerk’ maken. Ik snap de link niet helemaal. Vooral niet omdat we dan steevast in de werkkeuken gaan zitten, waar hun kokkin bezig is om het avondeten te bereiden. Dat doet ze meestal al zingend, en ik kan je vertellen dat er in de wijde omgeving geen muis, rat of wat voor ongedierte dan ook meer te vinden is. 

‘Maar waar wil Kaz heen dan?’

Ember haalt haar schouders op. ‘Wat boeit mij dat nou? Zolang jullie maar op tijd terug zijn voor de hockey.’ Ze kauwt op haar potlood en staart naar de tekst in haar geschiedenisboek. ‘Het was iets met een band of zo. Volgens mij beginnen twee losers uit 4H een rockbandje. Zoals zo’n beetje iedere sneue alto op school.’

‘Jij hebt je dus nog niet aangemeld als zangeres?’

‘Waarom zou ik?’

Tja, daar heb ik natuurlijk geen gevat antwoord meer op, want het grapje is alweer voorbij. Timing is blijkbaar niet echt mijn ding. Of Embers ding, want ze doet wanhopig een poging om alle stof voor de toets morgen in haar hoofd te stampen. Vijf hoofdstukken is dan best veel. Ik vraag maar niet waarom ze niet eerder is begonnen met leren. 

‘Heb je tijdens de les geen uittreksel gemaakt dan?’

‘Ben,’ blaast ze. ‘Kun je even twee minuten je mond houden? Anders blijf ik geheid zitten.’

‘Oké.’ Met mijn handen in de lucht geef ik me over. ‘Dan ga ik wel alvast naar buiten.’ Het is onaangenaam koud voor november, maar alles is beter dan hierbinnen bij Ember. De proefwerkweek haalt altijd het slechtste in haar naar boven. Ik ken haar al mijn hele leven en sinds de zomervakantie zijn we, zoals iedereen dat blijkbaar al had verwacht, een stelletje. We kregen al maanden de vraag of we wat hadden met elkaar, en om min of meer van het gezeur af te zijn, hebben we maar ‘ja’ gezegd. Volgens mij was dat ook de eerste avond dat we met elkaar gezoend hebben. Echt spannend was dat niet, maar ik was dan ook een beetje dronken. In de weken daarna werd het wel wat leuker, tot school weer begon. School staat bij Ember gelijk aan martelen, en ergens heb ik het idee dat ze zelfs een beetje geniet van het stressen. 

De oprijlaan die bij het huis hoort, is ook echt een oprijlaan zoals je die voor je ziet als mensen het over enorme villa’s hebben. Er kunnen wel een stuk of zeven à tien auto’s parkeren, en achter het huis is ook nog een parkeerterrein voor een viertal auto’s. De SUV van Embers vader, zijn Jaguar, de Mini Cooper van haar moeder, en sinds kort staat Kaz’ Audi er ook bij. Op dit moment staat alleen de Jaguar er. Embers ouders zijn aan het werk, en Kaz moest eerst iets doen voordat hij me zou ophalen.

Het is vijf voor drie. Ik loop nog maar een rondje om het huis en maak wat random foto’s. Tot grote hilariteit van Kaz heb ik altijd mijn Coolpix-camera bij me, waarmee ik voornamelijk natuurfoto’s maak. Gewoon een bijzonder gekaderd blad of een bloem. De mist op de velden, of de middagzon die gebroken wordt door de takken van de bomen. Het landgoed rondom het huis biedt genoeg onderwerpen, maar de klank van metaal op metaal is het teken dat het gietijzeren hek opengaat en Kaz hoogstwaarschijnlijk in aantocht is. Ik kan me maar beter haasten om op tijd bij het hek te staan. 

‘Het punt is, zwagertje, dat we die kneuzen maar beter uit de brand kunnen helpen.’ Kaz heeft de reden van onze rit zojuist uit de doeken gedaan, en ik kan me niet helemaal vinden in zijn conclusie. Ook niet in zijn rijstijl, maar dat ligt volgens hem aan de overige weggebruikers.

‘Hoe kunnen wij twee leerlingen die een coverband willen beginnen “uit de brand helpen”?’ Ik speel piano, maar ben klassiek geschoold zoals mijn moeder dat altijd aan iedereen vertelt, en Kaz heeft volgens mij dezelfde muzikale talenten als hun kokkin. Ik denk niet dat wij de aangewezen personen zijn om advies te geven als het om muziek gaat. ‘Of zoeken ze een manager?’

‘Ha.’ Kaz grijnst breeduit. ‘Dat is misschien een beetje te vroeg gejuicht, maar ik wil me zeker beschikbaar stellen om ook die taken op me te nemen.’

‘En welke taken wil je dan nog meer op je nemen?’ 

‘Ze zoeken een zanger.’

‘Een zanger?’ herhaal ik zijn woorden langzaam. Dat is nog eens een wending. ‘Oké. Tof.’ Ik zeg maar niet wat ik er daadwerkelijk van vind. ‘En wie zijn die andere muzikanten dan?’

‘De dikke en de dunne uit de vierde. Je weet wel, die plofkip die een beetje ruikt, en die freak met die enge blauwe ogen.’

‘Oh, die.’ Ik denk dat ik wel weet wie hij bedoelt. Omdat ik zelf in 3-vwo zit, heb ik eigenlijk niet veel met de vierde klas te maken, vooral niet met de havoklassen, maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat ik niemand ken. De twee jongens over wie Kaz het heeft, ken ik ook niet persoonlijk. Ik heb ze volgens mij wel eens gezien in de gang. ‘Ze staan toch altijd in de hoek, bij het muzieklokaal?’

‘Waarschijnlijk op zoek naar connecties,’ zegt Kaz lachend. ‘Een maat van me gaf de flyer die ze hadden uitgedeeld. Het zag er echt te amateuristisch uit, dus ik denk niet dat er veel zangers op af zullen komen, maar ik help graag de hulpbehoevenden.’ 

‘Juist ja.’ Ik besluit er maar niet verder op in te gaan. Het is toch wel een beetje vreemd dat een jongen die al een jaar van school is, mee wil doen met een schoolband, want dat is het volgens mij. 

Zodra we een eenvoudige woonwijk in rijden, besef ik dat Kaz me voor de gek heeft gehouden. Dit is natuurlijk niet de plek voor een band om te oefenen. Geen van de huizen heeft een schuur of een garage, en ik zie ook nergens een aanbouw of iets anders wat een eventuele oefenruimte zou kunnen zijn. Deze huizen lijken me te klein om slaapkamers te hebben waar je met een band kunt spelen. 

‘Zijn je vingers een beetje opgewarmd?’ vraagt hij als hij een woonerf oprijdt met vier huizen en een wipkip met glijbaan. Er zat zo te zien ook nog een zandbak bij, maar die is leeggehaald.       

‘Waarom moeten mijn vingers opgewarmd zijn?’

‘Omdat je auditie gaat doen als toetsenist.’ 

De tijd om te vragen wat hij daar in hemelsnaam mee bedoelt, krijg ik niet. Met een grote grijns stapt hij uit en wandelt in de richting van de voordeur. Ik blijf nog even beduusd voor me uit zitten kijken. No way dat ik piano ga spelen voor mensen van mijn school. Ik weet al drie jaar een glansrijke reputatie in stand te houden, met dank aan mijn ouders en vriendschap met Ember, en die ga ik niet kapot maken door even een riedeltje Satie te pingelen.

‘Kaz,’ roep ik hem tot de orde. De voordeur is helaas al open en Kaz is in geen velden of wegen meer te bekennen. De enige die ik zie, is de leerling die ik al regelmatig ben tegengekomen in de gang. Iedere maandag en donderdag om precies te zijn, tussen het derde en het vierde uur. Ik loop dan van het Nederlandslokaal naar biologie, en 4H heeft dan net scheikunde gehad in het lokaal ernaast. Meestal passeren we elkaar ter hoogte van de bieb. Ik weet gek genoeg al precies wanneer hij eraan komt, nog voor ik hem heb gezien.

‘Hi,’ zeg ik terwijl ik naar de deur toe loop. ‘Ik had begrepen dat mijn zwager al binnen is?’

‘Ja, hij zit al in de keuken.’ Er glinstert iets in zijn helderblauwe ogen. Zijn blonde haar piekt onder zijn gebreide muts vandaan en gek genoeg draagt hij een mouwloos shirt op een skinny. ‘Ben jij de toetsenist?’ 

Ik knik.

‘Oh, dat is tof. Ik wist helemaal niet dat jij piano speelde.’ 

‘Er is wel meer dat je niet van me weet.’

‘Oh.’ Er verschijnen rode vlekken op zijn wangen. ‘Daar kom ik misschien binnenkort dan wel achter.’

‘Vast wel,’ hoor ik mezelf zeggen. Ik trek mijn mondhoeken op in een zeer vreemde grimas. Er is geen spiegel om het te checken, maar die grote geschokte ogen van de jongen voor me, zeggen genoeg. ‘Ik ben Ben, trouwens.’ Snel steek ik mijn hand uit, die aarzelend wordt aangepakt.

‘Hoi, ik ben Maddy.’

‘Maddy,’ herhaal ik alsof ik zijn naam wil inprenten.

‘Ben.’

We schudden nog een aantal keer elkaars hand. Pas als ik ernaar kijk, zie ik hoe gek het is, en lachend laten we los. We staan nog steeds in de gang, en wat mij betreft kan ik hier best nog wel een tijdje blijven staan. Maddy wijst echter naar de deur achter hem en vraagt of ik meega naar de keuken.

‘Waar jij ga, ga ik.’ Inwendig sla ik mezelf voor mijn hoofd vanwege deze opmerking. Wat bezielt me om dit soort onzin uit te kramen? Maddy moet er wel om lachen en gaat me voor naar de keuken. Aan zijn zwarte skinny heeft hij een ketting van enorme paperclips. Het rinkelt bij ieder stap die hij zet en stiekem wil ik eraan voelen om te checken of het niet heel zwaar is. Gelukkig is Kaz met zijn directeursstem, inclusief warme aardappel en Gooische R, een reality check en weet ik weer wat ik hier doe en waarom. Shit, ik ga echt niet op de piano spelen met Maddy in mijn buurt. Straks vindt hij me een loser eerste klas. En terecht, want ik speel echt niet goed.

‘Queen is echt een must voor het repertoire.’ Kaz zit al achteroverleunend op een van de houten keukenbanken, zijn enkel rustend op zijn knie. Het is zijn typische grote-bepaler-look, semirelaxed alsof niemand hem wat kan maken. Het tegendeel zal vast wel te bewijzen zijn, maar ik ben te erg afgeleid door de knusse keuken, de chocoladecake op de tafel en de vrouw in de keuken die een grote pot thee neerzet. Ze is het tegenovergestelde van Maddy met haar diepbruine ogen en haar zwarte haren, die ze in allemaal kleine vlechtjes draagt.

‘Lust jij ook?’ Ze gebaart naar het lekkers op de tafel.

Ik knik. ‘Graag.’ Dankbaar pak ik de enorme plak cake aan die Maddy voor me heeft afgesneden. Ik weet niet zo goed hoe ik hem moet bedanken, dus trek ik maar weer mijn mondhoeken op in een glimlach. Maddy kijkt me peinzend aan. Hij gaat tegenover me zitten op de andere houten bank. De keuken is zo ingericht dat je een groot U-vormig keukenblok hebt met vier barkrukken. In de hoek staat een grote tafel met twee houten banken eromheen en bij het grote raam is nog een soort uitgezakte relaxstoel met een voetenbank ervoor. Het lijkt me heerlijk om daar te zitten met een boek. Wij hebben thuis ook diverse zithoekjes, maar alles accessoires liggen daar ieder seizoen vast op hun plek. Volgens mij is de werkster de enige die de tijdschriften op de koffietafel aanraakt omdat ze daar stof moet afnemen. 

Naast Maddy zit een andere jongen die ik herken van school. Hij staat bekend om zijn postuur, en ik heb ook al wel de nodige opmerkingen gehoord over zijn lichaamsgeur. Hij snijdt nog een plak cake af en complimenteert Maddy’s moeder met haar baksel. Ik leer gelijk dat ze Shanti heet, en aangezien Maddy haar ‘ma’ noemt, gok ik dat ze zijn pleegmoeder is. Ik durf het alleen niet te vragen. Eigenlijk durf ik nauwelijks mijn mond open te doen. Zelfs de cake eten gaat lastig. 

‘Goed,’ zegt Kaz met de managergenen die hij van zijn vader heeft geërfd. ‘Ik denk dat het een duidelijke zaak is om een duidelijke lijn te trekken in wat onze uitstraling gaat worden en welk publiek we willen raken. Daarnaast is het van groot belang om een duidelijke taakverdeling tot stand te brengen.’

‘Dat is heel duidelijk,’ papegaait Maddy met een mond vol chocola. Kaz, immuun voor sarcasme, stort zich vol enthousiasme op zijn rol als frontman. Hij heeft zelfs een kladblok bij zich met voor ieder van ons een pen zodat we mee kunnen schrijven. Wat natuurlijk nooit gaat gebeuren. Ik bedoel, zelfs die staatscommandant van Nederlands krijgt ons niet aan het schrijven, waarom Kaz dan wel?

Net als op school, richt ik mijn aandacht naar buiten op de tuin. Die is bij lange na niet zo groot als die van mijn ouders, of die van Kaz, maar klein wil ik het ook niet noemen. Gezellig wel. Een grasmat, struiken en een border, meer heb je eigenlijk niet nodig. Er staat zo’n plastic speelhuisje op het gras, met een schommel ernaast, en tegen de muur van de schuur staat een konijnenhok waarop met grote roze letters ‘Silver’ is geschilderd. Erboven hangt een pindaslinger waar een koolmeesje gretig gebruik van maakt. Allemaal erg interessant, maar er is ook een andere reden waarom ik naar buiten kijk. Op deze manier kan ik namelijk ook af en toe naar Maddy kijken. Nog nooit heb ik iemand zoals hem gezien. Die lichtblauwe ogen, dat sluike blonde haar dat in een lok telkens voor zijn ogen valt en dan die huid, die bijna doorschijnend lijkt. Maddy zelf durf ik nauwelijks aan te kijken. Heel af en toe kijk ik zijn kant op, en dan krijg ik datzelfde gevoel in mijn buik als wanneer je denkt de laatste tree van de trap te hebben, maar er nog eentje moet, en dat je dan heel even zweeft in de onwetendheid of je goed terecht gaat komen of je enkel zeer gaat doen. 

‘Wat denk jij?’ Maddy kijkt me recht in mijn ogen aan. Ik kijk terug en ik weet het echt niet meer. Geen idee wat de vraag was, en geen idee wat er nu allemaal in mijn lijf gebeurt. Ik krijg het warm, koud en dan begint alles te tintelen. 

‘Uhm,’ stamel ik, zoekend naar iets van houvast. Ik voel een lachkriebel opkomen, maar ik denk niet dat dat de juiste reactie is.

‘De vraag was,’ verzucht Kaz met een uitgerekte zucht. ‘Of het in jouw schema past om twee keer per week te oefenen.’

‘Twee keer per week?’ Eén keer per week lukt mij al niet. Ik zou gigantisch in de war raken met mijn bijlesschema, en mijn ouders zouden zwaar teleurgesteld in me zijn. Dan heb ik nog de hockey waar ik twee keer per week voor train, omdat we ieder weekend wedstrijd hebben op hoog niveau, en eens in de maand heb ik de vergadering voor de jongerenraad van de lokale bank. Nee, een band past echt niet in mijn planning.

‘Slaap er nog een nachtje over,’ stelt Maddy voor. ‘We zien elkaar morgen toch weer op school.’

‘Ja.’ Het idee om Maddy morgen weer te zien op school, en aan te spreken, neemt hele gekke vormen aan in mijn hoofd. Mijn hart lijkt te stuiteren door mijn lijf, en het zweet breekt me uit. Het liefst zou ik ter plekke oplossen.

‘Mag ik van uw toilet gebruik maken?’ vraag ik aan Shanti in de hoop dat ik mezelf weer kan herpakken.

‘Tuurlijk, in de gang bij de trap.’ Ze wil met me meelopen, maar ik verzeker haar dat ik het zelf wel vind. Het is maar een klein stukje, net genoeg om de spanning van mijn zenuwen af te halen. Maddy’s blauwe ogen blijven door mijn hoofd spoken, en iedere keer als ik ze weer voor me zie, heb ik dat gekke gevoel in mijn buik. En het zijn niet alleen die ogen. Alles aan Maddy vraagt om bekeken te worden, alsof hij een nieuw te ontdekken soort is.

Het maakt niet uit hoelang ik mijn handen onder de kraan houd. Het koele water kan de hitte in mijn lijf niet verdrijven. Het maakt me blij en angstig te gelijk. Ik blijf nog even staan voor de spiegel in de gang. Ik zie er goed uit met mijn bruine guitige ogen, die paar sproetjes over mijn neus en mijn haar dat steeds donkerder en voller wordt, maar ik ben geen hunk zoals Kaz. Volgens vriendinnen van Ember heb ik iets ondeugends over me. Daarom kom ik ook altijd overal mee weg. Omdat ik schattig ben.

Schattig.

Niet echt geschikt voor een rockband. Zeker niet naast Maddy. Ik bekijk mezelf nog eens goed. Grote ronde bril, overhemd, chino en instappers. Het is gewoon hopeloos, en ik kan maar beter een excuus verzinnen om geen bandlid te worden, want het gaat voor iedereen een enorme teleurstelling worden. 

In mijn weg naar de keuken, valt me die grote vleugel in de woonkamer op. Het is een prachtig exemplaar. Mijn handen jeuken. Muziek is altijd mijn uitvlucht geweest en op dit moment heb ik wel even een uitstapje uit de realiteit nodig. 

Op de klep staan een aantal fotolijstjes. Een doodzonde in mijn ogen, want die klep hoort open te staan zodat je de klanken beter door de ruimte kan sturen. Het enige voordeel van deze foto’s is dat ik nu ongegeneerd naar Maddy kan kijken. Er is een foto van hem samen met een jongen op het strand. Ze houden allebei een surfplank vast. Is dat een vriend of de vriend?

En waarom vraag ik mezelf dat überhaupt af?

Naast die ene foto staat nog een gezinsfoto met alleen de kinderen. Maddy is er eentje van vijf en geen van de kinderen – drie jongens en twee meisjes – lijkt op elkaar. Behalve de twee meisjes die op de grond zitten en dezelfde jurk dragen. 

Mijn blik dwaalt weer af naar die ene foto. Maddy lacht en dat maakt het zomerse geheel nog iets stralender dan dat het al is. 

‘Dat was vorig jaar in San Sebastian,’ klinkt het achter me. Shanti staat met een kopjesdoek in haar handen en kijkt over mijn schouder mee naar de foto. ‘Maddy mocht met Eden mee op surfvakantie. Edens stiefvader is een fanatiek surfer en zijn vader is half Spaans, dus het was logisch dat ze daar ook hun vakantie vierden.’

Ik mompel iets onverstaanbaars omdat het in mijn hoofd een warboel aan informatie is. Normaal kan ik alles wel in het juiste vakje sorteren, maar nu wil dat om een of andere reden niet lukken. Een vader én een stiefvader. Eden en Maddy op vakantie. Ember en ik gaan dit jaar ook samen op vakantie. We gaan met onze ouders mee, maar toch. Het is praktisch hetzelfde, en ik snap nog steeds niet waarom ik me er druk over maak.

‘En deze foto?’ Ik wijs de gezinsfoto aan om de aandacht van dat surftafereel af te leiden.

‘Dat zijn onze pleegkinderen. Alleen Maddy en de tweeling, Fleur en Rosa, wonen hier op dit moment. Ties woont momenteel weer bij zijn moeder, netals Faye en haar broertje die je hier niet op de foto ziet. En dat is Jonathan, hij studeert en is op kamers gegaan, maar in het weekend komt hij nog regelmatig.’

‘Oh oké.’ Ik voel me ineens heel beperkt in mijn ontwikkeling. Natuurlijk ben ik al op veel plekken in de wereld geweest, en weet ik meer van het zakenleven dan menig andere puber van mijn leeftijd, maar pleegkinderen of gezinnen met twee vaders zijn een ver-van-mijn-bed-show. 

‘Je mag wel wat spelen, hoor.’ Ik voel even haar hand op mijn schouder. Weer mompel ik iets onverstaanbaars. Ik wil wel, maar ik word ook tegengehouden door het feit dat in de keuken een rockband-in-wording zit te vergaderen. Alles wat ik kan spelen, maak bij hen echt geen indruk. En dat is wel wat ik wil: indruk maken. Vooral op Maddy. 

Alsof ze mijn gedachten heeft geroken, loopt Shanti terug naar de keuken en trek de deur achter zich dicht. Mijn ogen dwalen weer af naar de foto’s, en ik probeer het gevoel dat ik erbij krijg te vangen. Tijdens mijn pianolessen improviseer ik graag, deels omdat ik niet zo goed de noten kan lezen en er daarom maar mijn eigen draai aan geef.

De piano heeft een fijne klank, en speelt heerlijk. Ik ga er zo in op dat ik in eerste instantie niet eens doorheb dat er iemand naast me is gaan zitten. Pas als ik zijn twee handen zie, besef ik dat we samen gaan spelen. Als vanzelf improviseren we met elkaar. Het klinkt steeds beter, tot we onderbroken worden door een luid applaus. 

Afkomstig van Kaz.

Wie anders?

‘Zo te horen kunnen we ons repertoire ook nog uitbreiden naar klassiek,’ zegt hij met een zwaar aangezette stem, alsof hij een directeur probeert na te doen. Eigenlijk is het heel onlogisch dat Kaz leadzanger wil worden van een rockband. Hij ziet het zelf als een act of rebellion, maar in principe is het gewoon sneu. Iedereen kan zien dat hij uiteindelijk zal eindigen als zijn vader: een zwetsende lapzwans in een directeursfunctie. 

‘Jij kunt echt vet goed spelen.’ Maddy stoot mijn schouder aan en haalt me daarmee weer terug naar de plek waar ik zit. Ik meen bewondering te zien in die heldere blauwe ogen. 

‘Jij ook,’ complimenteer ik terug. Ik houd mezelf voor dat mijn wangen gloeien vanwege het verhitte spelen. 

‘Maar gelukkig bespeelt hij de gitaar en jij de toetsen, zwagertje.’ Kaz slaat me met een zogenaamd broederlijke klap op de schouder. ‘En nu gaan we, want we moeten ons voorbereiden voor onze eerste oefensessie vrijdag.’

‘We? Dus ik zit ook in de band?’ Een beetje beduusd kijk ik van hem naar Sam en uiteindelijk naar Maddy die me met een brede grijns aankijkt. 

‘Supertof toch? Gaan we samen rocken.’

‘Ja,’ antwoord ik stomverbaasd. ‘Dat lijkt me heel erg leuk.’ Ik kijk alleen Maddy aan, en eerlijk gezegd weet ik niet goed of de vraag waarop ik antwoord gaf al wel gesteld was. 

Lees verder

Be the first to leave a comment

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *