Red me #2

admin  

‘Hee, Rukker! We hebben je alter ego gevonden.’ 

Kevins geblèr doet mijn hoofdpijn geen goed. Ik heb totaal geen idee meer wat er vannacht is gebeurd. Blijkbaar ben ik in de badkamer uitgegleden en ben met mijn kop tegen de wasbak geknald. Waarover ik ben uitgegleden is een raadsel, maar wel de reden tot speculatie en hilariteit, vandaar mijn nieuwe bijnaam. Er zat geen glas in mijn arm, en het raampje van de badkamer zat netjes dicht. Volgens de eigenaresse van het B&B kon het niet eens open. 

Onze begeleider heeft direct mijn tas gecontroleerd op drugs en hoewel hij niets kon vinden, heeft hij toch bedacht dat hij me geen moment uit het oog mag verliezen. Ik moest mee met de excursie van vandaag: Dartmoor Hall. Een afgelegen landhuis – wat ligt hier niet afgelegen – dat alleen maar bereikbaar is via een smal kronkelpad waarvan we het laatste stuk nog moeten lopen omdat de landheer de laatste jaren van zijn leven hier geleefd heeft als een kluizenaar en niemand op zijn land wilden. 

‘Als een soort Heathcliff,’ had de tourguide gezegd met een diepe zucht, waarna ze vervolgens een kwartier bezig was om een groep tieners uit te leggen wie in godsnaam Heathcliff was. Ik heb er weinig van meegekregen, er is zoveel ruis is dit huis dat het gewoon zindert in mijn lijf. Alsof ik een gebied vol hoogspanning ben binnengelopen. Mijn schedel lijkt langzaam uit elkaar te barsten, terwijl de druk op mijn borstkas oploopt. Ik ben in het huis van mijn dromen met een onheilspellend gevoel hijgend in mijn nek. De laatste keer dat ik hier was, liep het niet goed af. Wat tegelijkertijd ook weer onzin is, want ik ben hier nog nooit eerder geweest.

Toch?

‘Het is echt net Jesse,’ giechelt Noor. Ze wijst naar een portret dat op een dressoir staat in de zogenaamde smoking room, de ruimte waar ze na het eten nog een brandy dronken met een sigaar. De mannen dan.

‘Had je soms familie hier wonen?’ roept Kevin weer. 

Eigenlijk heb ik geen zin in een prank, maar toch slof ik hun kant op. Het portret waar ze op doelen, doet me schrikken. Alsof ik in mijn eigen ogen kijk. 

‘Wie is dat?’ stamel ik.

‘Volgens het boekje “een neef” van de heer des huizes.’ Noor houdt haar handen nog even in de lucht nadat ze die aanhalingstekens heeft gemaakt. 

‘Een neef?’ kopieer ik haar.  

‘Er staat hier dat Jesmond Odell zeer regelmatig in Dartmoor Hall logeerde. Hoewel er geen aantoonbare bloedband is, wordt hij als neef genoemd in de biografie.’

‘Spooky…’ fluistert Kevin geheimzinnig in haar oor. Ze giechelt wéér en samen lopen ze verder. 

Ik wil iets zeggen, maar mijn stem blijft hangen in mijn keel. Zoveel toeval is toch niet gezond? Nieuwsgierig en ook wel een beetje angstig voor wat ik nog meer ga tegenkomen volg ik de rest van de groep naar boven. 

De enorme trap bestaat uit twee delen en heeft een soort tussenverdieping waar een portret hangt van Lord Sebàstian Kenton. Nachtwaker staat eronder en een jaartal; 1854. Geschokt kijk ik naar zijn gezicht.

Hij is het.

Zijn ogen zijn net zo groen als dat ik me herinner. De lach om zijn mond komt overeen met mijn beeld van hem, en ik proef de wijn op zijn lippen. In de schalkse blik die hij me toewerpt ligt een vraag waarvan ik weet dat ik het ga beantwoorden. Een golf van warmte spoelt door mijn lijf.

Oh shit, hij is het echt. De man van mijn dromen.

‘Prachtig portret, is het niet?’ De tourguide, Bella heet ze, is geruisloos naast me komen te staan en kijkt me onderzoekend aan. Ze is al wat ouder aan haar grijze haar te zien, maar haar blik heeft nog iets jeugdigs. Ze komt me bekend voor, maar ik weet niet waarvan. Ik knik langzaam. Prachtig is niet het juiste woord om dit portret te omschrijven, maar wat het wel is kan ik nog niet zo goed onder woorden brengen.

‘Wat betekent het onderschrift?’

‘Geen idee, het staat achterop het schilderij geschreven, vermoedelijk door de kunstenaar gedaan. Sommige bronnen vermelden dat Sebàstian ’s nachts over de Moors doolde omdat hij niet kon slapen. Maar anderen beweren dat hij ’s nachts waakte over zijn neef die leed aan ernstige nachtmerries, alleen de aanwezigheid van Sebàstian maakte hem rustig. Het gerucht gaat dat zijn neef dit portret heeft gemaakt.’

‘Die “neef” Jessmond?’

‘Die inderdaad.’

Dat lijkt me niet onwaarschijnlijk. Als ik heel goed kijk, is de techniek die gebruikt is voor dit schilderij nagenoeg hetzelfde als mijn eigen techniek. Er komen steeds meer vragen in me op. Hopelijk kan Bella me verder helpen.

‘Maar dat was toch geen neef?’

‘Nee, wie of wat hij wel was, is een mysterie, maar vermoedelijk is hij de reden dat de heer des huizes in Dartmoor Prison heeft gezeten op beschuldiging van sodomie.’

‘Sodomie?’ Dat is natuurlijk een woord waar Kevin direct op afkomt. ‘Was die engerd een holbewoner?’ 

‘Wat is een holbewoner?’ hikt Noor giechelend.

‘Dat ben je als je hem graag in iemands poeperd duwt.’

‘Ieeehwl!’ Ze slaat haar handen voor haar mond. Kevin sleurt haar gelukkig bij ons vandaan. De pijn in mijn buik wordt erger. Waarom zeg ik hier niets van? De vrouw van de tour herpakt zich als eerste, maar wel met rode wangen.

‘Als dit zogenaamd normale reacties zijn in een tijd waarin homoseksualiteit redelijk geaccepteerd lijkt, dan snap je wel hoe moeilijk het was voor twee jongens in de negentiende eeuw om verliefd te zijn.’

‘Maar ging je daarvoor naar de gevangenis?’

‘Pas in de jaren zeventig van de vorige eeuw werd homoseksualiteit legaal hier in Engeland.’

‘Serieus?’ Maar dat is amper vijftig jaar geleden. ‘Twee jongens die van elkaar houden doen toch niemand kwaad?’ Ik vind die reactie van Kevin al kapot irritant, en een reden om niet hardop voor mijn gevoelens uit te komen, maar stel dat je niet alleen belachelijk wordt gemaakt maar ook nog wordt opgesloten in een gevangenis. Ik heb één nacht vastgezeten vanwege vandalisme en omdat ze me een lesje wilde leren, maar dat was terecht. Maandenlang in de gevangenis, waar je in die tijd echt niet fijn behandeld werd, omdat je je hart wilde volgen is de zwaarste vorm van onrecht.

‘En Jessmond? Wat is er met hem gebeurd?’

‘Dat weet niemand. We weten uit de dagboeken van Sebàstians zus dat Jessmond een ongeluk had gehad en hier in Dartmoor Hall verbleef zodat Sebàstian hem kon verzorgen, maar Jessmond is nooit meer gezien na de avond van de arrestatie. Volgens een passage in het dagboek is hij naar Nederland gevlucht, maar er is nooit bewijs gevonden dat hij daar ook is aangekomen. Sommige geschiedkunidgen beweren dat hij die avond op de Moors is verongelukt en dat Sebàstian sinds zijn vrijlating uit Dartmoor Prison over de Moors dwaalt. Hij schijnt er nog steeds te lopen.’

‘Op zoek na Jessmond?’

‘Op zoek naar jou…’ Ze knipoogt. ‘Ik bedoel Jessmond.’ 

Lees verder

Be the first to leave a comment

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *