Red me #3

admin  

De rest van de tour voelde als een thuiswedstrijd. Bij iedere kamer kwam er weer een herinnering in me op alsof ik door een fotoalbum bladerde. Ik zag mezelf zitten in de grote stoel bij de haard, of aan de tafel met het schaakbord. Sebàstian liet me altijd winnen door me telkens weer een herkansing te geven als ik bijna schaakmat stond. 

In de kamer die vroeger van Sebàstians zus was, laat de gids me een geheime deur zien achter een wandkleed en verteld me dat deze pas ontdekt is nadat het huis werd overgedragen aan het National Trust. Sebàstian stierf op een respectabele leeftijd van vijfenzeventig jaar. Niet veel later overleed zijn zus. Het huis heeft in de oorlog nog gediend als hospitaal, maar kwam daarna leeg te staan tot de notaris het overdroeg aan het National Trust.

Het was dat er nog veel meer op het programma stond, anders was ik gewoon gebleven om te zien waar die geheime deur naartoe leidt. Maar ik heb een plan.

Bij iedere kamer kwam er weer in een herinnering in me op alsof ik door een fotoalbum bladerde

Het duurt niet lang voordat iedereen slaapt. Een dag lang slenteren door drie (!) landhuizen, een wandeltocht over de Moors en Chinees eten met heel veel bier, staat garant voor een diepe slaap. Maar niet voor mij. Na middernacht sluip ik in mijn pyjama naar beneden. Angstvallig kijk ik naar buiten. Nog geen lichtje te zien. De vorige keer kwam hij op de wond in mijn arm af, maar die wond was niet echt. Die droomde ik. Het lijkt me een beetje vergezocht om nu een scherf in mijn arm te steken in de hoop dat Sebàstian me dan komt redden. En wat als het allemaal echt een droom is, wie weet verbeeld ik het me wel en is er helemaal niets, alleen mijn verbeelding. 

Dan zie ik in de verte op de heuvel een lichtje.

Hij is er.

‘Right, actie Jesse.’ Ik trek de deur open en stap naar buiten. ‘Sebàstian! Ik ben hier.’ 

Het lichtje verdwijnt achter de heuvel. 

‘Shit.’ 

Ik draai me om zodat ik mijn jas en schoenen kan pakken, maar de deur achter me zit dicht. Hoe kan dat? Ik heb helemaal niets gehoord. Ik wil al iets duns pakken zodat ik de hendel omhoog kan duwen, zoals hij dat gisteravond ook deed met zijn mes, maar de keukendeur heeft een heel normaal slot. Er is helemaal geen ouderwets metalen hendel. Het lukt me voor geen meter om de deur open te krijgen. Er zit geen beweging in. Zal ik kloppen of aanbellen? Als ik me omdraai zie ik weer dat lichtje dansen in de verte. Er zit maar één ding op: ik ga er achteraan. 

Ik ben geen held, laat ik dat vooropstellen, en dat ik beef heeft niet alleen met de kou te maken. Er is nog een ander gevoel dat me overspoelt. Ik ken het van een aantal jaar geleden. Het gevoel van wanhoop en machteloosheid, dat je uiteindelijk in een steeds dieper wordende kuil duwt. Tot je maar één uitweg ziet. Die avond gebruikte ik een scherf van een bierflesje dat ik kapot had geslagen. 

In mijn handen voel ik ineens iets scherps en kouds.

Hoe komt dat nu daar?

Flitsen schieten er in mijn gedachten voorbij. Het ene moment loop ik met mijn blote voeten op het natte gras en het andere moment sta ik in de badkamer. Mijn hart bloedt omdat alles waarnaar ik verlang buiten mijn bereik lig. Ik proef zijn lippen weer op de mijne, en ga onder in die rust die eindelijk over me heen kwam omdat waar ik op dat moment was, thuis was. Bij hem in zijn armen. Maar zodra we elkaar loslieten wisten we allebei dat we ons doodvonnis hadden getekend. Wij samen was geen toekomst.

De scherf in mijn hand gaat steeds dieper in mijn pols. Ik wil dit niet, maar kan het niet tegenhouden. Het duister heeft me overmand. Met mijn ogen dicht duw ik door. Ik moet op mijn lip bijten om het niet uit te gillen. Dit keer ben ik te diep gegaan. Het pulseren van mijn hart is terug te zien in de straal die uit mijn arm vloeit. Nog voor ik goed en wel heb kunnen bedenken wat ik moet gaan doen overvalt een duizeling me en zak ik door mijn knieën. Vlak voordat ik de grond raak, weet ik dat dit niet de oplossing is.

Ik proef zijn lippen weer op de mijne, en ga onder in die rust die eindelijk over me heen kwam omdat waar ik op dat moment was, thuis was.

‘Dit is niet de oplossing, Jess.’ Sebàstian heeft zijn hand op mijn pols die in het verband zit. Hij zit naast me op het bed. Het vuur in de openhaard knispert geruststellend. ‘Je hebt me laten schrikken. Het spijt me als ik je in verlegenheid heb gebracht. Ik dacht dat je…’ Hij haalt zijn hand door zijn haren en pakt dan het kommetje met water. ‘Heb je dorst?’

Ik schud mijn hoofd. Deze riedel gaan we niet weer afdraaien. ‘De mannen van het dorp hebben ons gezien.’ Het komt allemaal weer bij me terug. ‘Ik deed het niet omdat ik schrok van wat je deed. Ik hou van je, maar…’ weer is daar de paniek die me samen met die machteloosheid overvalt. Alsof je ineens beseft dat je een beslissing hebt genomen die onomkeerbaar is. We zijn gezien. Dit kan onze dood worden.

‘Doe de deur niet open als er straks wordt geklopt. We moeten vluchten.’

Sebàstian schudt zijn hoofd. ‘Je moet rusten.’

‘Nee.’ Ik schud driftig mijn hoofd, maar kan hem niet tegenhouden. Hij geeft me een kus op mijn voorhoofd en staat dan op. Ik wil hem naar me toe trekken, de kus verlengen en verdiepen. Oh god, ik wil met hem het bed delen.

Zoals we al vaker gedaan hebben.

Oké, we zijn dus wel heel erg ‘strafbaar’ bezig geweest, en ik zie geen oplossing meer. Sebàstian sluit de deur achter zich. Mijn hersenen maken overuren wat betreft het zoeken naar een uitweg. Over enkele minuten staan de mannen van het dorp voor de deur. Ik kan doen alsof ik hier gewoon een gast ben, of misschien zelfs de geliefde van Sebàstians zus, maar dat kunnen we geen maanden volhouden. 

Mijn eigen dood in scène zetten is ook tricky. Wat als ze denken dat Sebàstian dat heeft gedaan? Dan gaat hij vervolgens ook nog voor moord achter de tralies. Of erger. In deze tijd zijn ze wat minder ethisch met de straffen die ze uitdelen. 

Net als alle vorige keren stap ik uit bed, pak de kaars die op het kastje ernaast staat en loop de gang op. Alsof ik mijn dood tegemoet ga, loop ik langs de schilderijen, tot ik bij de trap ben. In mijn droom liep ik naar het portret. Nu sluip ik naar de kamer aan de andere kant van de overloop. Het is de kamer van Sebàstians zus. 

Annabella.

Zodra ik de deur opendoe zie ik het. Onze gids van vanmiddag lijkt als twee druppels water op de jonge Annabella.

‘Jessmond, wat doe jij hier.’ Ze is overduidelijk gestrest, niet door mijn binnenkomst, maar omdat ze weet wat er gaat gebeuren want door de gordijnen heen is te zien dat er een stoet deze kant opkomt. De zwarte koets met de paarden ervoor zien er angstaanjagend uit, net als de vele fakkels die eromheen dansen. ‘Er staat jullie een verschrikkelijke toekomst te wachten.’

‘Niet als er geen bewijs gevonden wordt,’ zeg ik. Het plan is me ineens helemaal helder. Ik zoek naar de deur achter het wandkleed. ‘Yes,’ Het ornament dat de gids me vanmiddag aanwees, dient als deurknop. Ik druk het in, en de wand gaat open. Annebella kijkt me verbijsterd aan.

‘Hoe wist je dat dat er was?’

Ik schud mijn hoofd dat ik geen tijd heb om dat uit te leggen. ‘Vertel iedereen dat ik gevlucht ben naar Europa, Bella. En zeg ze nadrukkelijk dat het mijn fout is, dat ik Sebàstian heb verleid en dat jullie me hebben weggestuurd.’

‘Maar waar ga jij dan heen?’

‘Ik ga naar het geheime gedeelte van het huis. Dat wordt mijn nieuwe thuis.’ Verder kan ik weinig uitleggen. Er wordt hard op de voordeur gebonsd, en we horen hoe Sebàstian de deur opendoet.

De rest van het verhaal ken ik. Het scheurt mijn hart uiteen als ik de arrestatie hoor. Het gaat er niet zachtzinnig aan toe. Annabella duwt me de geheime gang, huilt dat ik moet gaan en rent dan haar slaapkamer uit. Ik loop in het donker een houten wenteltrap op. Het gaat hoger en hoger tot ik op de zolderverdieping ben. Het is ingericht als een woonverblijf met oude meubels en een bed dat in de hoek van de kamer staat. Klein ramen zijn mijn enige toegang naar de buitenwereld. Ik zie hoe de stoet wegrijdt van het huis. Op naar Dartmoor Prison, terwijl ik zojuist een ander soort gevangenis ben binnen gegaan. Als ik hier blijf, en als ik mijn plan doorzet, betekent het dat ik nooit meer buiten gezien mag worden. Dit is nu mijn wereld. Maar ik weet hoe het is om jarenlang zonder hem verder te moeten. Om dwalend door het leven te gaan, op zoek naar hem.

Als ik hier blijf, en als ik mijn plan doorzet, betekent het dat ik nooit meer buiten gezien mag worden. Dit is nu mijn wereld.

Het duurt vier weken eer ik bekende voetstappen op de wenteltrap naar zolder hoor. Al die tijd zette Annabella eten voor me neer bij de deur, en al die tijd zat ik hier alleen. Tot vandaag.

‘Jessmond?’ Sebàs staat voor me en kijkt me verbijsterd aan. ‘Wat doe jij hier? Ze zeiden dat je gevlucht was, dat jij mij gedwongen had.’

‘Je hebt ze toch niet tegen gesproken?’

Hij schudt zijn hoofd. ‘Annabella zei dat ik daar akkoord mee moest gaan. Dat het zo was gebeurd. Ik dacht dat ik je kwijt was.’

‘Nooit meer,’ zeg ik. ‘Nooit meer ben je me kwijt. Ik blijf voor altijd bij je.’

 ‘Je hebt me gered,’ zegt Sebàstian. Hij loopt langzaam mijn kant op.

‘Ik denk eerder dat jij mij hebt gered. Als jij me die avond niet gevonden had…’

‘Ik zei toch dat ik over je zou waken? Dag en nacht.’ Zijn hand voelt vertrouwd op mijn wang. ‘Ik ben blij dat je eindelijk weer thuis bent.’

‘Ik ook,’ beantwoord ik zijn lippen. Eindelijk voel ik me thuis. 

En mocht je op de Moors zijn en toch een dwaallicht zien, kijk dan eens goed. Dan zal je zien dat het er twee zijn. Sebàstian en ik, die samen een wandeling in de nacht maken. Ongezien, maar voor eeuwig samen. 

2 thoughts on “Red me #3

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *