Maand: augustus 2018

Verpest

Verpest

-1-

Met ingehouden adem rommelde Sam aan de deurklink. Theoretisch gezien overtrad ze de wet niet, ze had immers de sleutels van het appartement. Dat ze die sleutels met een smoes bij de onderbuurvrouw had ontfutselt, liet ze voor het gemak achterwege.  Ze draaide voorzichtig de deur open en bereidde zich voor op een ravage. Als Sarah vermoord was, dan moest dat hier zijn gebeurd. Maar alles stond nog keurig op zijn plek. Sarah hield blijkbaar van roze en goedkoop ogende accessoires. Alles in set van twee.

Het voelde verkeerd om hier te zijn. Sarah en zij waren geen vriendinnen. Ze waren collega’s op dezelfde redactie. Dat, en hun honger naar promotie, was het enige wat ze gemeen hadden. Sam had geen flauw benul wat ze hier precies deed. Alsof er op de salontafel een briefje zou liggen met wat er was gebeurd. Er lag niets. Van waar ze stond kon ze de tafel en de bank zien, alleen de kussens lagen scheef. Voor de rest stond alles dwangmatig recht. Zelfs de kaarsjes op de vensterbank stonden op gelijke afstand van elkaar. 

Langzaam liep ze de woonkamer in. Het geluid van schuivend meubilair deed haar stilstaan. Vlak bij haar hoofd hoorde ze een metaalachtige klik. Ademloos bleef ze staan. Iedere beweging kon fataal worden. In een flits zag ze de foto’s uit het politierapport voor zich. Sarah lag halfnaakt onderaan de betonnen strandafgang. Een fatale val vanwege een gebroken hak. Zelf geloofde ze die theorie niet. Ze had het inspecteur Espen Elliot proberen wijs te maken, maar zoals gewoonlijk drong ze niet tot hem door.  Als hij had geluisterd, was er nu niet een wapen op haar gericht. Ze slikte. De koude blik in Sarah’s ogen lieten zich niet verdringen. Het zouden haar eigen ogen kunnen zijn. 

‘Wat doe jij hier?’ Een bekende stem klonk naast haar. Langzaam ademde ze uit. Espen stond tegen de muur en vergrendelde zijn wapen. Bij het terugsteken in zijn kontzak ging zijn jeansblouse iets omhoog. Onbedoeld gleed haar blik naar het blote stukje huid dat zich toonde. Ze vloekte inwendig dat ze zich hierdoor liet afleiden. 

‘Ik kom de planten water geven,’ loog ze. Naast secuur neergezette prularia was er geen plant te bekennen. ‘En wat doe jij hier? Het was toch een ongeluk?’ Ze zag dat de computer aanstond. Een aantal documenten waren geopend. ‘Ben je iets op het spoor?’

‘Niets, dat jij hoeft te weten.’ Hij duwde zachtjes tegen haar schouder, maar ze gaf niet mee. Hij was hier zonder collega’s, de ruimte was niet afgezet en hij droeg geen bescherming. Ze gokte dat hij hier zijn boekje te buiten ging.

‘Zeg nou maar eerlijk. Het was geen ongeluk.’ Ze boog haar gezicht iets dichter naar de zijne toe. Zijn lichtblauwe ogen gleden uit haar blik naar haar mond en weer terug. Hij glimlachte.

‘Nee, Nancy Drew, dat was het inderdaad niet. En daarom moet jij je er niet mee bemoeien.’ Hij haalde  zijn hand door zijn donkere haren en liep terug naar de computer.

‘Het waren de schoenen die de doorslag gaven, toch?’ Ze volgde hem gedreven omdat ze wist dat ze gelijk had. Zij was degene geweest die hem erop had gewezen dat er iets niet klopte met de kleding die Sarah droeg. Ze zag eruit als een goedkope escort, zo zal ze zich nooit kleden. De schoenen die ze droeg, waren niet alleen twee maten te klein, er klopte ook iets niet aan de hak. Volgens haar eigen theorie was die eraf geslagen en niet gebroken.

Zonder te reageren ging hij zitten. Over zijn schouder keek ze mee. De documenten op het scherm kwamen haar niet bekend voor. Sarah’s werk was niet bepaald inspirerend. Ze schreef over lifestyle en dat deed ze stijlloos. Het laatste waar ze aan werkte was het nieuwe fenomeen ‘sugar daddy’; Knappe meiden die mannen met geld zochten. 

‘Klik hier eens op.’ Ze boog zich  over zijn schouder en schoof zijn hand met muis naar het internetlogo. Direct kwam de pagina van een exclusieve datingsite op. Sarah’s profiel stond nog open. Haar match glimlachte terug. ‘Hem ken ik.’

‘Iedereen kent hem,’ reageerde Espen met zijn blik strak op het beeldscherm, ‘hij is de CEO van Customa marketing. Wat hij per maand binnenharkt, krijg ik in vijf jaar niet bij elkaar.’ 

‘Misschien kan hij meer vertellen over haar ‘ongeluk’.’ Ze maakte de aanhalingstekens in de lucht. Espen had nu wel zijn hoofd haar kant op gedraaid, maar zijn blik was allesbehalve positief.

‘Als hij er iets vanaf weet, dan heeft hij er waarschijnlijk mee te maken.’

‘Of hij durft niets te zeggen omdat hij bedreigd wordt. Hij verdient tonnen. Die mannen zijn een makkelijk doelwit.’

‘Die mannen zijn gewend om bedreigd te worden.’ Espen stond op. Ondanks zijn postuur en het feit dat hij een kop groter was, imponeerde hij haar niet. In gevecht met wat ze zou doen, keek ze tegen zijn baardje van een dag aan. Ineens schoot het beeld van de scheve kussens door haar hoofd. Ze haastte zich naar de bank en bekeek het lichtroze gevaarte. Iemand had wat tussen de kussens gestopt. Ze haalde ze opzij tot er een stukje zwart plastic tevoorschijn kwam. Espen hield haar op tijd tegen. Met zijn hand afgeschermd in een latex handschoen trok hij de telefoon tussen de zitting vandaan. Een klein onopvallend ding prijkte tussen zijn duim en wijsvinger.

‘Is deze van Sarah?’

Sam schudde haar hoofd. ‘Dit lijkt me meer een mannending.’ 

‘Ja, klopt. Ik had hem ook  bij mijn undercover werk.’

‘Undercover?’ Ze hoorde hoe dom haar eigen opmerking klonk, maar de tandwielen in haar hoofd waren in gang gezet. Het complot werd steeds ingewikkelder. Misschien werd Sarah wel achtervolgd of in de gaten gehouden.

‘Wat ik bedoel is dat je zo’n onopvallende telefoon gebruikt om zaken in het geheim te doen.’

‘Zoals wandelen met een dinosaurus in de dierentuin om niet op te vallen?’ Dit kon alleen maar betekenen dat iemand hen op het verkeerde been probeerde te zetten. De kussen waren te overdreven rommelig neergezet. Ze viste haar eigen I-phone uit haar tas op zoek naar een oplossing.

‘Wat ga jij doen?’

‘Een afspraak maken met Meneer Hartman.’ 

‘Dat doe je niet.’ Hij trok de telefoon uit haar handen. Ze hield hem tegen door zijn pols te grijpen. Zijn hartslag pulseerde in haar vingertoppen.

‘Hij weet misschien van wie de telefoon is.’

‘Dat is meestal een reden om iemand te vermoorden.’ Hij had het hardop gezegd. Moord. Sarah Claesens was niet verongelukt, maar vermoord. Iemand had Sarah moedwillig als goedkope escort gekleed en haar dood op een ongeluk doen lijken. 

‘Hebben ze haar van de trap gegooid?’

‘Nee, het tweede autopsie rapport-‘ Espen slikte zijn laatste woorden in.

‘Je hebt een tweede autopsie laten doen?’ Ze juichte in stilte. Hij had dan toch naar haar geluisterd. 

‘Buiten de boeken om, dus graag je mond hierover.’ Hij liep terug naar de computer

‘En? Hadden ze iets over het hoofd gezien?’  Hongerig achtervolgde ze hem. 

‘Nee, Sam,’ met een zucht draaide hij zich om, waardoor ze bijna frontaal tegen hem aanbotste. Hij ontweek haar ogen. 

‘Dit weekend is het benefiet gala van de Lionsclub. Hartman organiseert dat. Als we kaartjes kunnen krijgen dan -‘

‘Jij blijft uit de beurt van Hartman en die hele zaak.’ Doordringend keek hij haar aan en pakte haar bij de schouders alsof ze een peuter was die streng moest worden toegesproken.

‘Waarom?’ Verontwaardigd duwde ze zijn handen van haar af. ‘Je kan me toch niet tegenhouden. Dit moet tot op de bodem onderzocht worden en als jullie het niet doen, doe ik het.’ Ze keek hem  vastberaden aan. Ze trilde maar wilde dat niet laten zien. Haar houding moest tonen dat ze het meende.

‘Je kan je niet als journalist mengen in een politieonderzoek.’

‘Misdaadjournalistiek doet niets anders.’

‘Je schrijft een column voor de lokale  krant, dat is geen misdaadjournalistiek!’ Hij sloeg zijn armen over elkaar om daarmee de discussie te eindigen.

‘Je zegt zelf ook dat er iets niet klopt. Waarom laat je anders een tweede autopsie doen?’

‘Officieel weet je niet…’

‘Waarom?’ Ze waren allebei harder gaan praten. ‘Als ze iets gemist hebben tijdens de eerste autopsie moet dat toch genoemd worden?’

‘Ze hebben niets gemist. Het hele autopsierapport was vals!’

‘Vals?’ 

Espen beet op zijn duimnagel. Hij had zijn mond voorbij gepraat. Dr Lomans was een gerespecteerd forensisch patholoog. Die zal niet zomaar de resultaten aanpassen. 

Meer lezen? Klik dan hier

Verpest is als Quiller te lezen op vrouwenthrillers.nl

Geen onschuld in blauwe ogen

Geen onschuld in blauwe ogen

Titel: De dood heeft blauwe ogen

Auteur: Karin Hazendonk

Langzaam schudde ze haar hoofd.

Ze zocht zijn ogen en zei: ‘De dood heeft blauwe ogen’.

Dat de dood blauwe ogen heeft, blijkt al snel als familierechercheur Loes de Koning erachter komt dat niet iedereen die onschuldig lijkt, ook daadwerkelijk nergens schuld aan heeft. Samen met haar collega Rob de Vries krijgt ze de vermissing van de vijftienjarige Hannah toegewezen. 

Een zaak die op het eerste gezicht wordt afgedaan als een typisch geval van pubergedrag, blijkt al gauw een nare wending te krijgen als duidelijk wordt in welke nachtmerrie Hannah is beland. 

Als zijn dochter niet thuis is gekomen na een feestje, gaat Jan van Dijk direct op onderzoek uit. 

Hij ontdekt dat ze niet naar een verjaardagsfeest ging, zoals ze had gezegd, maar naar een schuurfeest waar seks, drank en drugs de boventoon voeren. 

Zodra Jan beseft  wat voor onmenselijke dingen er met zijn dochter zijn gebeurd, woedt er een onhoudbare strijdkracht in zijn lijf.  Zijn vrouw Martine daarentegen trekt zich terug in onverschilligheid. De barsten in hun huwelijk worden zichtbaarder. De leugens waarop het gezin van Dijk is gebaseerd, sijpelen er langzaam doorheen.  

De woede en onmacht van Jan zijn herkenbaar neergezet. Je voelt zijn strijd. Martine daarentegen doet je wenkbrauwen optrekken en intrigeert tegelijkertijd. Waarom reageert ze zo afstandelijk? Doordat het verhaal wordt verteld vanuit verschillende personages, ieder in een apart hoofdstuk, kom je steeds iets meer te weten over hun beweegredenen en de geheimen die ze herbergen.

Karin Hazendonk heeft een no-nonsense schrijfstijl. Geen ingewikkelde zinnen of moeilijke woorden, maar gewoon recht voor zijn raap. Dat maakt dat de dialoog natuurlijk verloopt, maar sommige scenes behoorlijk gruwelijk kunnen zijn. Grof taalgebruik wordt niet geschuwd, maar is niet storend.

De hoofdstukken zijn kort en de spanning wordt opgebouwd doordat er telkens een tipje van de sluier wordt oplicht en tegelijkertijd een vraagteken wordt gezet.  Dit boek wil je daarom ook zo snel mogelijk uitlezen.

De plot ontvouwt zich geleidelijk en komt op het einde mooi bij elkaar. In ‘De dood heeft blauwe ogen’ wordt een rauwe wereld geschetst waarin seks, mensenhandel, drugs en corruptie orde van de dag zijn. Het tipt  daarmee een aantal complexe thema’s aan. Tussen de regels ligt de vraag ‘wat zou jij doen als iemand alles wat je hebt, kapot maakt?’

Hoewel ‘De dood heeft blauwe ogen’ een afgerond verhaal is, is dit hopelijk niet de laatste keer dat we rechercheur Loes de Koning tegenkomen. Karin Hazendonk is een auteur die weet hoe ze een spannend verhaal moet opbouwen en hoe ze een personage van vlees en bloed kan neerzetten. 

 

Lang leve een feelgood verhaal

Lang leve een feelgood verhaal

Het verhaal van Lynn en Stephan kwam ik tegen op een schrijf- en leesplatform. Ik las een hoofdstuk, daarna het volgende, daarna nog eentje en toen was ik ineens driekwartier verder en las ik de verontrustende woorden ‘wordt vervolgd’.

Regelmatig volgde er een update van het verhaal. Als een verslaafde heb ik het gevolgd, blij als er weer een nieuw hoofdstuk geplaatst werd, en balend als er wel heel lang tussen zat, maar wat heb ik genoten van ‘Mijn hele leven lang’. Met een brok in mijn keel en een hele grote glimlach gelezen. Het verhaal is herschreven, titel en cover zijn aangepast en nu voor iedereen te lezen als e-book of paperback

Stephan McAvoy is achttien als zijn beste vriend, de zes jaar oudere, Freek trotste vader wordt van Lynn Appelboom. Hij ziet haar van dichtbij opgroeien en zij ziet hem als de grote broer die ze nooit heeft gehad, maar de band tussen hen is sterker. Ze zijn de beste maatjes, delen dezelfde passie voor geschiedenis, Stephan is toevallig ook Lynn haar geschiedenisdocent, eten regelmatig samen en hangen graag voor de tv om series te kijken.
Stephan is na een pittige relatie al een tijdje vrijgezel, en kan de ware maar niet vinden. Lynn is nog jong en nog niet zo bezig met vriendjes. Tot de zevenendertigste verjaardag van Stephan. Stilletjes aan is de vriendschap in iets anders ontluikt. Lynn kust Stephan, en hij wijst haar af.
Pijnlijk voor beide.

Het verhaal begint met een proloog. Lynn is klaar met haar stage in Cairo en gaat weer terug naar Nederland. Haar vriendje Cas, met wie ze het appartement deelt, komt later omdat hij nog moet werken. Tot haar grote verdriet vertelt haar moeder, vlak voor vertrek, dat Stephan, ooit haar grote liefde, gaat trouwen.

Het fijne van deze start is dat je als lezer A. wilt weten wat er gebeurd is (hoe is de relatie tot stand gekomen en hoe is het verlopen?) en B. komt het nog goed?

Mijn hele leven lang is een heerlijk zwijmel verhaal, waarvan je hoopt dat je verwachtingen uitkomen want je gunt Stephan en Lynn al het geluk in de wereld. Het is daarom ook een verhaal dat je niet weg kan leggen, ik niet tenminste.

Dat komt deels omdat het boek heel goed is opgebouwd. De proloog neemt je gelijk mee, en zo werkte het met de andere hoofdstukken ook. Nergens werd het saai en Emma Anna weet precies hoe ze moet doseren in informatie en hoe ze de lezer in het verhaal houdt. (Had ik al verteld dat ik een dag bloedchagrijnig ben geweest omdat er geen nieuw hoofdstuk was geplaatst en ik niet verder kon lezen? Nou bij deze…).

Ook de sprong in tijd komt op het juiste moment. Er zit halverwege een behoorlijk cliffhanger zonder dat het te dik er bovenop ligt of dat het, als je eenmaal weet wat er is gebeurd, een bizarre plotwending is.

Ik denk dat daar grotendeels de kracht van het verhaal ligt. Het is een feelgood, en daar hoort een extra toefje zoet wel bij, maar over het algemeen is alles heel natuurlijk en levensecht. De personages, de dialogen, de gebeurtenissen en natuurijk ook de 18+ scenes, (‘Mijn hele leven lang’ bevat best wel een aantal erotische scenes), kunnen allemaal echt gebeurd zijn. Mijn complimenten voor de schrijfster die de erotiek in het verhaal zo heeft weten te schrijven dat het niet banaal of plat wordt, maar juist liefdevol, met een uiteraard een sprankeltje suiker, waardoor je nog meer van de personages gaat houden.

‘Mijn hele leven lang’ tipt ook op een luchtige manier het probleem van leeftijdsverschil in de liefde aan. Er was geen vuiltje aan de lucht, totdat Stephan en Lynn toegaven dat hun vriendschap was overgegaan in liefde, met bijbehorende passie. Voor sommige in hun omgeving blijkt dan dat geluk niet voorop staat, maar de norm waaraan je blijkbaar moet voldoen.

Heb ik dan echt niets aan te merken? Nou, misschien had het bovengenoemde thema iets meer uitgediept mogen worden. Aan de andere kant… echt noodzakelijk is het ook weer niet.

Vier dikverdiende sterren omdat dit een boek is dat je meerdere keren gaat lezen vanwege de glimlach die je ervan krijgt.

Briljant zinloos of zinloos briljant?

Briljant zinloos of zinloos briljant?

Titel: Niet dat het iets uitmaakt

Auteur: Bert Moerman

Je opent de deur, en ziet het pakketje. Had je iets besteld? Het is vandaag je trouwdag, dus misschien, wie weet…. Nieuwsgierig scheur je het karton. Het boek herken je van die oproep op Facebook. Je bekijkt de kaft, het lijkt wel een linoleum snede, of nee, alsof er iets door de papierversnipperaar is gegaan. 

Je begint te lezen, want daarvoor is het boek, en dompelt je onder in wat lijkt een opeenstapeling van Loesje-quotes. Wat er is gebeurd en wat er gaat gebeuren, heeft eigenlijk niet echt je aandacht, maar je leest door. Want je hebt nu eenmaal gezegd dat je dat ging doen.

Gelukkig had je deze stok achter de deur, anders had je een fijne discussie en een goed verhaal moeten missen. 

Wat opvalt aan Niets dat het iets uitmaakt is niet de bijzondere omslag die bestaat uit allemaal witte stroken tegen een rode achtergrond, het is de tweede persoonsvorm waarin het geschreven is. Dat kan je als lezer dieper in het verhaal trekken, maar ook juist erbuiten zetten doordat het te belerend is en niet helemaal herkenbaar. 

Ik neigde tijdens het lezen naar het laatste. Mede ook doordat er heel veel semi-grappige, diepzinnige one-liners gedropt werden. Daardoor voelde het alsof je als lezer telkens op je vingers werd getikt. Pas bij pagina 40 begon voor mij het verhaal te leven, en dat is best aan de late kant. Jammer, want dit verhaal moet je helemaal tot de laatste punt lezen om het te kunnen waarderen en om er een mening over te vormen, al is dat laatste nog best lastig.

Het verhaal bestaat uit losse hoofdstukken, ieder met een eigen titel en telkens begint het op de rechterpagina waardoor je het idee krijgt een verhalenbundel te lezen. Alle hoofdstukken staan wel degelijk met elkaar in verband. Het is, zoals ook op de achterflap staat, een aaneenschakeling van gebeurtenissen. Net als het leven. Logisch op een volgend, maar van te voren had je nooit kunnen weten dat het zo zou gebeuren.

Echt antwoorden krijg je niet, maar dat geldt eigenlijk voor alles in het verhaal. Je weet niet of de hp echt van Sarah hield, of het andersom wel het geval was, weet je ook niet. Wanneer de relatie precies uitdoofde is ook niet duidelijk. Hetzelfde geldt voor de symboliek achter de diverse motieven die herhaaldelijk voorkomen, bepaalde cijfers, een koffer, de waarde van dingen. Je weet niet eens of wat je leest, echt is omdat het de visie van de verteller is. En die kan wat gekleurd zijn in zijn/haar mening.

Het maakt ook eigenlijk niets uit. Misschien wel voor mij als lezer, want ik wil nou eenmaal graag een afgerond verhaal met duidelijkheid. Maar zo is niets in het leven. ‘De dingen zijn wat ze zijn. Daar valt weinig tegen in te brengen (De onvermijdelijkheid van de realiteit).

En daar zit ook gelijk de zere plek. De vraag is namelijk of Bert Moerman hier een verhaal laat vertellen door een verteller die ‘zichzelf te serieus neemt’ en daardoor eigenlijk een briljant boek aflevert, of net even uit de bocht vliegt in zijn intenties. 

Ik weet het niet. Tijdens het lezen en het beantwoorden van de discussievragen in de leesclub, werd ik constant heen en weer geslingerd tussen ‘wauw wat goed bedacht’ en ‘tja, zoek ik het er nou achter of is het echt zo bedoeld?’.  Daar kan de dooddoener overheen dat de verteller van het verhaal ook niet zo’n briljante auteur is, en zich schuldig maakt aan te gewichtige taal en de te diepzinnige teksten. Toch vind ik dat te makkelijk. Het laatste hoofdstuk zou dan een klapper moeten zijn, maar ook daar blijft het verhaal in dezelfde modus doorgaan. Misschien zelfs nog iets verder uitvergroot, maar de taal en stijl blijft hetzelfde.

Of zou dat misschien ook onderdeel zijn van het manuscript? Is het nog steeds van dezelfde verteller?

Niet dat het iets uitmaakt. We komen er toch nooit achter. En dat is jammer, want stiekem vind ik wel dat het iets uitmaakt wie er achter de verteller staat.

Wedstrijdje doen?

Wedstrijdje doen?

Als je niet ken winnen, moet je zorgen dat je niet verliest*.

over het nut van schrijfwedstrijden.

Het leven is geen wedstrijd, en zeker niet het leven van een schrijver. Het ‘product’ is immers een uniek kunstwerk, en niet iets dat in de vorm van een competitie aan andere gemeten kan worden. Schrijfwedstrijden worden daarom met argusogen bekeken. Het verplicht tegen een deadline aan schrijven, met een opgelegd thema, wordt gezien als een aanslag op de creativiteit. Ook gaat het ten koste van de tijd die men aan ‘eigen’ werk, een debuut bijv., kan besteden. 

De sterkste reden om niet met een schrijfwedstrijd mee te doen is overigens de kundigheid van de jury. Het merendeel van de schrijvers doet niet mee als er geen vakjury aanwezig is. Een wedstrijd op basis van alleen maar publieksstemmen, valt genadeloos af. 

Spel of de knikkers?

Uit een poll op Schrijven Online en Facebookpagina Korte Verhalen en Gedichten rolde de conclusie dat de meeste auteurs geneigd zijn mee te doen als het thema hen aanspreekt. Toch kan het ook verfrissend zijn om buiten de vertrouwde box te denken en het mee doen te zien als extra oefening en motivatie om de pen te slijpen. 

Win-Win zonder te winnen. 

  

Naast de eerder genoemde obstakels is het idee dat je maar een keer een eerste indruk kan achterlaten, een reden om niet mee toe doen. Stel je doet mee bij uitgeverij X, behaalt niet de top drie, wat zullen ze dan wel niet denken als je over een aantal maanden dat manuscript naar ze toestuurt?

Je kan het ook omdraaien. Want soms kan een deelname aan een schrijfwedstrijd toch een samenwerking met een uitgever opleveren. Een mooi voorbeeld is de literaire roman ‘Ladders van Schuim’ van Jan P Meijers. Het verhaal begon als inzending voor een schrijfwedstrijd bij Uitgeverij Xander. De literaire novelle ‘Kabelwoning’ won geen prijs, maar het verhaal liet Jan niet los en hij werkte het uit tot een roman. Bij een andere schrijfwedstrijd won een kort verhaal van zijn hand 4 uur schrijf-coaching. Erg handig als je toevallig een manuscript klaar hebt liggen. De uiteindelijke stap naar een uitgever werd ook bepaald door een schrijfwedstrijd. Bij de ‘Droomverhalen’ van Uitgeverij aqueZZ  behaalde Jan de shortlist, kwam in de bundel en leerde op deze manier het werk van de uitgeverij kennen. Nog geen jaar later ligt zijn boek ‘Ladders van Schuim’ in de winkels.

Troostprijs of toastprijs?

Net niet de eerste plaats halen, geeft gemengde gevoelens.  Veel schrijvers staren zich blind op de eerste prijs, maar als tweede of derde hoef je niet buiten de boot te vallen. Pamela Sharon behaalde dit jaar de tweede plek met haar Young Adult ‘De Geur van Groen’ bij de #MoonYAcontest. Een grote schrijfwedstrijd uitgeschreven door Uitgeverij Moon. De prijs was een gesprek bij de uitgever en redactie op (een deel van) het manuscript. Daaruit bleek dat ze erg positief waren. Pamela trok de stoute schoenen aan en vroeg of ze het wilden uitgeven en kreeg als antwoord terug dat dat zeker een mogelijkheid was. Ze stuurde het volledige manuscript in, het verhaal werd bij het management gepitcht en in het voorjaar van 2019 verschijnt haar debuut. 

Geen onnodige ratrace dus…

Het lijkt zonde van je tijd, en een niet behaalde shortlist is ook een behoorlijke deuk in je creatieve ego (I know…). Toch kan het meedoen met schrijfwedstrijden je meer opleveren dan je in eerste instantie dacht. Het kan de opmaat zijn voor een groter verhaal of uiteindelijk toch dat contract met de uitgever die bij je past. 

Wat ik zelf vaak doe is om een concept uit een groter werk om te buigen naar een inzending voor een schrijfwedstrijd. Zo ben ik toch met dat boek bezig, en toets ik tegelijkertijd mijn vaardigheden. Een win-win dus, zonder tijd en creativiteit te verliezen.  En daar gaat het uiteindelijk om; zorgen dat je niet verliest. 

* Uitspraak van Johan Cruyff 

Mooie dag…

Mooie dag…

Het was de warmste dag in juli. Bijna de hele familie zat verspreid door de tuin op picknickkleden. Mijn moeder improviseerde een lunch. Soep uit blik en stokbrood. Hier was ze niet op voorbereid. Niemand eigenlijk.

We stonden bij de auto’s en vroegen ons af ‘wat nu?’. Op een dag als deze verdwenen praktische zaken naar de achtergrond. Maar we moesten lunchen. We lieten een zee aan zonnebloemen achter ons.

Honderden zeepbellen zweefden naar de hemel. Ze glinsterden in het zonlicht. Op dat moment geloofde iedereen in een hemel. Tegelijkertijd vroegen we ons af ‘waarom in hemelsnaam?’.

In de kerk was het druk maar koel. Er werd gezongen, geklapt, kinderen die een stukje mochten zingen, zwaaiden vrolijk naar hun ouders, de dominee vocht tegen zijn tranen. Wij hielden ze niet tegen.

Wij waren de erehaag. Om de hoek kwam een pony met een klein karretje achter zich aan. Zonnebloemen in zijn manen en ballonnen aan de kar. Een kleine ongelakte grenen kist verdween in een bloemenzee.

’s Ochtend vroeg ik mij af wat ik moest dragen. Het werd een warme dag. Ik twijfelde tussen twee bloesjes. Gek dat je je daar druk over kan maken op een dag als deze.

 

Mooie dag…. is Sweekstars 2017 finalist Non-fictie