Burning Hill

admin  

Burning Hill is just down the road,’ roept de taxichauffeur en wijst me de richting die ik op moet om bij het restaurant te komen. Ik knik een ‘dank je wel’ en dan zie ik het in zijn ogen. Alsof hij wil zeggen: ach meisje, waar begin je toch aan? Zou ik in zijn ogen de zoveelste toerist zijn die Australië denkt te kunnen redden? Hij moest eens weten. Ik ben hier heel egoïstisch voor mezelf, om mijn eigen wereldje te redden.

Een egoïstische klootzak, dat ben je!

Ik hoor het mezelf nog steeds schreeuwen. Samen met al die andere woorden die ik zei en die Lucas echt niet verdiend had. Geen wonder dat hij wegging. Ik was zo onredelijk, en waarom? Omdat ik een bangerd ben? Daar hoeft Lucas dan toch niet onder te lijden. Hij verdient iemand die wel met hem het avontuur durft aan te gaan. Een maatje die zonder hysterisch te worden gewoon in het vliegtuig springt om de wereld te redden.

‘Kom op, Juul, sunny side up,’ moedig ik mezelf aan. De eerste twee belangrijke stappen heb ik al gezet: ik ben in een vliegtuig gestapt en ik heb aan mezelf toegeven dat ik fout zat. Nu moet ik het alleen nog hardop tegen hem zeggen.

Ik bind mijn haar in een staart, slinger mijn rugzak over mijn schouder, en neem een flinke slok van mijn water. Ik heb letterlijk en figuurlijk de smaak van roet in mijn mond. De lucht om me heen zindert, alsof er onweer gaat komen. Of misschien wel erger, dat de hel deze keer echt gaat losbarsten. In de verte zie ik dikke rookpluimen dreigend mijn kant opkomen. Het vuur laat zich door niets en niemand tegenhouden.

In mijn hoofd galmt het liedje van Billy Lockett: why burn it down, to build it up better? Ze zeggen dat je soms alles moet platbranden om weer opnieuw te beginnen. Dat de grond vruchtbaarder is na een brand. Ik vraag me af of het met relaties ook zo werken?

‘Vooruit dan maar,’ verzucht ik. ‘Wie A zegt moet ook de rest van het alfabet opdreunen.’ Ik zet er stevig de pas in, maar na een aantal meter heb ik al door dat mijn schoenen mooi zijn op een plaatje, maar niet geschikt zijn om hier in de warmte te lopen. Ik voel de blaren bij wijze van al branden, en ik weet dat als ik straks mijn schoenen uittrek, ik ze nooit meer wil aandoen. 

         ‘Als het wringt kun je maar beter afstand nemen van elkaar,’ filosofeert dat duiveltje op mijn schouder. ‘Net als bij relaties.’ Ik wil hem wegslaan. Het wrong helemaal niet tussen Lucas en mij. Of heb ik de signalen over het hoofd gezien, en is deze hele onderneming bij voorbaat al mislukt.

Was niet mijn angst de reden dat Lucas wegging, maar creëerde hij met opzet een situatie waardoor ik uit mijn doen zou raken en hem van me af zou duwen.

Was dat wat hij juist wilde?

Ik schud mijn hoofd om dat gepieker te stoppen. Het houdt me al drie weken bezig en er is maar één manier om erachter te komen waarom Lucas deed wat hij deed. Ik moet doorzetten.

Just down the road blijkt nog een behoorlijk eind lopen en het zweet gutst van mijn lijf alsof ik een uur lang ben afgebeuld in de sportschool. Uiteraard met het bijpassend ‘tomaten-hoofd’. Zo’n overrijp, niet-meer-geschikt-voor-consumptie-exemplaar. Het lukt me daarom ook niet meer om een rondedansje te doen als ik mijn bestemming in het vizier krijg:

Burning Hill.

Tot voor kort was het een normaal, zelfs een beetje shaby, wegrestaurant dat vooral door backpackers werd gevonden. Nu lijkt het wel omsingeld door hulptroepen. Overal staan politieauto’s, brandweerwagens en speciale Vet-Vans, van die Landrover jeeps waarin dierenartsen rijden. Zou Lucas er nu ook zo’n eentje hebben? In Nederland reed hij in een tweedehands Opel, met een metalen kast in de laadruimte waar hij al zijn spullen in bewaarde. Hij spaarde voor een nieuwe, maar als jong koppel is het lastig sparen.

Ik slik de brok in mijn keel door. Het is nooit mijn bedoeling geweest om hem te beperken in wat hij wil, maar volgens mij sta ik op het punt om dat weer te doen. Aarzelend stap ik Burning Hill binnen. Ik weet niet goed hoe Lucas gaat reageren als hij mij ziet. Van mezelf weet ik het ook niet. 

Hoe begrijpelijk zijn actie achteraf ook is, hij is wel degene die alles achterliet. Zomaar zonder overleg. Alsof onze toekomst samen helemaal niets voorstelde. Daar moet ik niet te lang over na denken anders sta ik binnen no time te janken. Dat heb ik al genoeg gedaan, bovendien hebben ze hier andere zorgen aan hun hoofd.

Binnen is het druk, waarschijnlijk omdat het lunchtijd is. Brandweerlieden, politieagenten, hulpverleners, dierenartsen, maar ook lokale bewoners zitten verspreid door het restaurant. Sommige zijn zichtbaar aangeslagen, anderen lijken wat meer ontspannen. Met nadruk op lijken, want wat ik tot nu toe heb gezien op televisie en in de korte periode dat ik hier ben, gaat niet in je koude kleren zitten. Ik zou niet weten hoe ik zou reageren als ik alles in vlammen op zie gaan. Al kan ik me dat natuurlijk wel een beetje indenken op dit moment, maar dat is nog steeds figuurlijk gesproken. 

Een bekende geur prikkelt mijn neus, en nu komen wel de tranen. Subtiel haal ik mijn neus op. De geur wordt sterker. Het ruikt naar thuis op zaterdagmiddag: Lucas die groentesoep met ballen maakt. Het is een traditie die is ontstaan in onze studententijd. Lucas vroeg of ik bij hem wilde eten, ik zei zonder twijfelen ja, en proefde die avond voor het eerst de soep à la Lucas. Het is ook ongeveer het enige gerecht dat hij maakt, maar dat terzijde.

Ik speur het restaurant af, maar zie Lucas nergens. Het lijkt me logisch dat hij in de keuken staat. Wie ik wel zie is Brent. Een schoolvriend waarmee Lucas na het vwo-examen is gaan backpacken door Australië. Ze hebben altijd het plan gehad terug te keren na hun studie. Lucas als dierenarts, Brent om een restaurant voor backpackers op te zetten. Het kwam er nooit van. School, werk, relaties en andere verplichtingen gooiden constant roet in het eten. Tot het lot bepaalde en Australië vlamvatte. Na hun rondreis ging Lucas in Utrecht studeren, en Brent in Maastricht. Ik heb hem nog nooit in het echt ontmoet, en verwacht ook niet dat hij mij herkent als hij voor me staat.

Help wanted of help giving?’ vraagt hij met een onmiskenbaar Nederlands accent. 

‘Ik zoek Lucas,’ antwoord ik.

‘Hee, die taal spreken we hier ook! Lucas is op dit moment even de kok.’ Hij gebaart dat ik hem moet volgen naar de keuken. We banen ons een weg door de mensen heen en Brent maakt her en der een praatje. Het gaat over de bosbranden, het vuur dat oprukt en al die dieren die geen kant op kunnen. Ik luister naar het verhaal van een vrouw wiens dochter samen met haar hond op zoek gaat naar dieren in nood. Terwijl ze praat haakt ze driftig door: sokjes voor dieren met verbrande pootjes. Op de binnenplaats zijn speciale schaduwdoeken opgehangen waaronder verzorgers zitten met dieren die gered zijn uit het inferno.  

‘Weet Lucas dat je komt?’

Ik schud mijn hoofd. Dat Brent mij niet herkent, betekent dat Lucas het helemaal niet over me heeft gehad. Duidelijker kan hij wat dat betreft niet zijn.

‘Gaat het?’

Ditmaal laat ik mijn hoofd op- en neergaan. ‘Het gaat,’ zeg ik met een zachte stem. In mijn hoofd schreeuw ik dat het niet gaat. Dat ik zo ongelooflijk stom ben geweest en dat ik hier eigenlijk weg wil. En ook weer niet. Dus ga ik Brent achterna. Hij houdt twee kleine klapdeurtjes open waardoor we achter de bar komen. Het doet me denken aan zo’n Amerikaanse Western, alleen dan met lichte kleuren. De keuken is afgescheiden van het restaurant door middel van een plastic vliegengordijn. 

‘Lucas,’ roept Brent. ‘Visite, voor jou.’ Hij duwt me de keuken in waar het nog een tikje warmer is. Lucas kijkt verschrikt op. Hij staat achter een enorm fornuis te roeren in een grote pan. Verder doet hij niets. Niet dat hij type is dat een rondedansje van blijdschap doet in wat voor situatie dan ook, maar op dit moment kijkt hij me aan alsof hij me niet ziet, of wil zien. Kippenvel verspreidt zich over mijn lichaam. 

‘Hi,’ weet ik er net aan uit te persen. ‘Ik…’ Maar eigenlijk weet ik niet meer wat ik wilde zeggen. Hoewel hij duidelijk peentjes zweet, ziet Lucas er goed uit in zijn sleeveless en zijn korte broek. Zijn donkere krullen zijn iets langer, hij lijkt iets gespierder, en er is nog iets. Hij is veranderd. Hoewel hij hier moet leven in een gigantische stressvolle situatie, ziet hij er content uit. Content in de zin dat hij hier echt op zijn plek is. Iets waar ik al bang voor was. Lucas gaat niet met mij mee terug naar Nederland. Ik wil weer mijn mond opendoen, Lucas zo te zien ook, maar het moment is voorbij als de achterdeur openvliegt en er een knappe meid van een jaar of twintig tevoorschijn komt.   

‘Hiya Luc, Ze zijn terug. Kom je?’ Haar grote bruine ogen zijn alleen op hem gericht. Ik hoef zelfs geen moeite meer te doen om door de grond te zakken, zelfs nu ik recht voor haar sta lijk ik te zijn opgelost. 

Lucas knikt, hij kijkt vragend naar Brent en die kijkt op zijn beurt weer moeilijk.

‘Het is lunchtijd, Luc. We komen al handen te kort, iedereen heeft honger, en als ik de keuken ook nog moet overnemen…’ Hij klinkt wanhopig en dat snap ik ook wel. Het is binnen echt druk.

‘Ik wil wel helpen,’ stel ik voor. 

‘Top,’ bromt Lucas en gaat dan achter Miss Universe aan. Het lijkt alsof hij iets van ‘hoi’ mompelt, maar dat kan ook mijn verbeelding zijn.

Samen met Brent blijf ik achter in de keuken. De warmte kruipt weer terug in mijn huid, maar het is geen aangenaam gevoel. Het is alsof ik flauw ga vallen. Dit was het dus. Na drie weken radiostilte en kilometers vliegen, zijn we nu definitief uit elkaar. De fysieke afstand maakt niet meer uit. De emotionele afstand is onoverkomelijk. 

‘Kom, dan geef ik je even een werkshirt,’ haalt Brent me weer uit mijn mijmeringen. ‘Heb je vaker geserveerd?’        

‘Ja, het is de enige echte baan die ik heb gehad,’ mompel ik. Brent kijkt me vragend aan. ‘Freelance journalist,’ verklaar ik. ‘Met de horeca heb ik mijn studie betaald.’

‘Carrière-tijger,’ zegt hij met een knipoog. In een klein hok vol met schoonmaakmiddelen naast de keuken geeft hij mij een shirt en de instructies hoe ze te werk gaan in Burning Hill. Al worstelend met het ‘one size only’ shirt hoor ik hoe het concept hier in zijn werk gaat. Het is simpel. Er is koffie, thee, citroenlimonade en gewoon water. Als lunch is er soep met een broodje en tussendoor kan men een snack krijgen of wat fruit. Alles is gratis en wordt mogelijk gemaakt door sponsors.

‘Maar we moeten zuinig zijn,’ legt Brent uit. ‘Geen idee hoelang dit nog allemaal gaat duren. En of we het vuur überhaupt kunnen tegenhouden.’ De droefheid klinkt in zijn stem. Hij probeert het weg te krijgen met een glimlach, en schiet vervolgens in de lach als hij naar me kijkt. 

‘Wat?’ Maar ik weet heus wel dat het door het shirt komt, dat alles behalve comfortabel om mijn lijf heen plakt.

‘Niets,’ grinnikt hij. ‘Ik moest even denken aan Wrap, een van onze patiënten buiten.’  

‘Juist.’ Geen idee wie hij hiermee bedoelt, maar ik ga er geheid achter komen. 

Na een korte rondleiding waar alles staat, ga ik aan de slag en doe ik mijn best om net als de andere vrijwilligers iedereen te voorzien van eten en drinken. Ik luister naar de verhalen en hoe meer ik hoor, hoe meer ik snap van Lucas bewonder dat hij zomaar alles opzij heeft gezet om zich hierin te zetten. 

Als ik even pauze kan houden, zie ik hem buiten druk in de weer met de dieren die zojuist zijn binnengebracht. Hij bekijkt een koala aandachtig en dept dan iets op de pootjes. 

Alsof hij voelt dat er naar hem gekeken wordt, draait hij zich om. Ik glimlach, en hij trekt even zijn mondhoeken op. Miss Universe is zijn assistente en vraagt zijn aandacht door haar hand op zijn onderarm te leggen.

Hij is van mij, wil ik zeggen. Maar is dat wel zo?

De rest van de middag en avond ben ik druk in de weer. Er is genoeg te doen en gek genoeg geeft het me ook energie. Bovendien leidt het me van Lucas af. Als het wat rustiger is in het restaurant, help ik in de keuken met de voorbereidingen voor de volgende dag. Lucas heeft zijn soep-repetoire uitgebreid en voor morgen staat er een goed gevulde maaltijdsoep op het menu. Ik snij de groente terwijl ik luister naar Brent en zijn wilde verhalen over zijn rondreis met Lucas, zeven jaar geleden. Ik hoor voor de verandering de dingen die Lucas eerder niet wilde vertellen, en ik snap eigenlijk niet waarom, want het is best grappig. Al snap ik ook wel dat Lucas, die meestal de serieuze zoon van een dierenarts uithangt, niet wil dat zijn blunders wereldkundig gemaakt worden. En hij heeft er best een aantal op zijn naam staan. 

‘… gaat ‘ie op dat paard zitten met zo’n gezicht van “ik heb verstand van dieren, want mijn vader is dierenarts en mijn moeder dressuurruiter”, bleek het een hengst te zijn. Bokken dat ding, ging helemaal uit zijn frietpan. Lucas gillen, joh. Echt ik pieste in mijn broek,’ hikt Brent alsof hij het weer voor zich ziet. 

‘Altijd nog beter dan op een ezel stappen en denken dat het een volbloed is,’ klinkt het achter ons. Lucas doet zijn best om boos te kijken, maar ik zie dat hij er moeite voor moet doen. Ik ken hem langer dan vandaag. Hij wil glimlachen, maar is te koppig. Over ezels gesproken.

Zonder me een blik waardig te gunnen pakt hij een stuk wortel van het aanrecht en gaat naast Brent staan. 

‘Kun je zo helpen met water geven?’ vraagt hij aan zijn beste vriend. ‘Dan ga ik eten.’

Brent knikt. ‘Doen we.’

‘We?’ Ik kijk vragend naar Brent, en meen zelfs iets van irritatie bij Lucas te zien. 

Zou hij het vervelend vinden dat ik Brent ga helpen? Dat neigt naar jaloezie, en ik voel me erdoor gevleid tot ik haar de keuken in zie lopen met twee bordjes in haar handen.

‘Luc, zullen we in de camper eten?’ vraagt ze. ‘Daar is het lekker koel en kunnen we rustig zitten.’

Na drie weken radiostilte en kilometers vliegen, zijn we nu definitief uit elkaar. De fysieke afstand maakt niet meer uit. De emotionele afstand is onoverkomelijk. 

‘Wanneer ben jij geland?’ vraagt Brent terwijl hij me een blikje fris overhandigt. We zitten tegen een boom op de binnenplaats en hebben net alle dieren voorzien van vers water en fruit of groente. Ik weet nu ook wie Wrap is: een kangoeroe met een soort gaasverband om zijn bovenlijf waardoor het net lijkt alsof hij een rollade is. Nu snap ik waarom ik erop lijk, maar het deert me niet. Dankbaar pak ik het blikje aan en neem er een slok van. 

‘Vanochtend op zeven uur landde ik.’

‘Dan heb je al een lange dag achter de rug. Ben je niet moe?’

‘Het gaat,’ antwoord ik. Zolang ik overeind blijf voel ik het niet. Net als met die blaren waarvan je weet dat ze er zijn, maar die je nog niet echt voelt totdat je je schoenen uitdoet. Dan begint de pijn pas echt. Het idee dat ik straks nog een slaapplaats moet zoeken, staat me tegen. Helemaal omdat ik dan, zodra ik alleen op de kamer ben, voel hoe echt de pijn is. Al die tijd heb ik nog een beetje hoop gehad dat Lucas wel bij me terugkomt, of dat ik sorry kan zeggen tegen hem en alles weer goed is. Dat is een illusie. Sommige dingen gaan kapot en worden nooit meer heel.

‘Lucas zei dat je vliegangst had. Viel het toch mee?’

Ik haal mijn schouders op. Als ik ongedaan kon maken wat ik gezegd heb tegen Lucas, en hoe ik onze relatie heb verbroken, door nog tien keer in een vliegtuig te stappen, dan zou ik het voor de zekerheid twintig keer doen. Zelfs naar Australië.

‘Ik heb niet echt vliegangst,’ begin ik. ‘Het is iets anders. Mijn broer ging in de zomer van 2014 naar Australië, samen met zijn vriendin. Ze zouden eerst naar Indonesië gaan en van daaruit verder reizen, maar ze hebben hun bestemming nooit bereikt.’

Brent laat een zucht ontsnappen. ‘Je broer zat op vlucht MH 17?’ 

Ik knik. Vechtend tegen mijn tranen. ‘Het is dus niet zo zeer dat ik een hekel heb aan vliegen, het is gewoon het idee dat je weggaat, en nooit meer terug kan komen.’

Misschien wil ik daarom ook wel dat er niets veranderd aan mijn vertrouwde leven. Nieuw staat gelijk aan anders, staat gelijk aan onbekend. En dat beangstigt me. Want een reis naar het onbekende kan best wel eens een enkeltje zijn.

Brent legt even zijn hand op mijn schouder. ‘Sorry, dat wist ik niet.’ 

‘Zijn jullie klaar?’ Weer klinkt er die brommende stem van Lucas achter ons. Hij kijkt ook nog steeds niet blij. Zijn knappe assistente staat in de deuropening met een verhit gezicht naar ons te kijken. ‘Kun je even helpen, Brent? Juul moet haar spuit, en Lana durft haar niet vast te houden.’ Hij maakt een hoofdgebaar naar zijn assistentie die onze kant op komt lopen. Nu weet ik hoe ze heet, maar dat is niet de naam waarover ik me verbaas.

‘Juul?’ Vragend kijk ik van Brent naar Lucas. Ze kijken beiden blanco terug. Al meen ik rode vlekken op Brents zijn gezicht te zien en doet hij volgens mij heel erg zijn best om niet in de lach te schieten.

‘Die valse koala heet zo,’ antwoordt Lana voor ze. 

Stomverbaasd kijk ik toe hoe het drietal wegloopt naar de kooien achter het gebouw. Juul. De valse koala. 

Ze hebben verdorie een valse koala naar mij vernoemd. Dat doet de deur dicht. Woedend spring ik op van mijn plek en loop stampend naar binnen. Dat er stoom uit mijn oren komt, heeft niets meer te maken met de hitte die hier onder je huid kruipt. Waar haalt hij het lef vandaan om mij zo te vernederen. Wie weet wat hij allemaal over me verteld heeft. 

Vechtend tegen mijn tranen kijk ik nog één keer achterom en zie ik hoe Brent de koala in zijn armen houdt terwijl Lucas heel voorzichtig de injectienaald inbrengt. Hij doet het echt op de Lucas manier: zorgzaam en lief. En toch ben ik ongelooflijk boos op hem. Ik slik mijn verdriet weg. Het is voorbij. Wij zijn voorbij. 

In het schoonmaakhok wurm me uit mijn werkshirt. Blijkbaar is er een band ontstaan tussen mij en het kledingstuk de afgelopen uren want ik krijg het ding met geen mogelijkheid uit. 

‘Gaat het?’ klinkt het achter me. Ditmaal hoor ik een vleugje amusement door zijn gebrom heen.

‘Nee, Luc, het gaat niet,’ sneer ik. ‘Maar maak je om mij maar niet druk. Ik red me wel.’ 

‘Ben je echt helemaal alleen komen vliegen?’

‘Nee, er was ook nog een piloot bij,’ hijg ik als ik eindelijk dat shirt uit heb en mijn eigen, met oud zweet doordrenkte, T-shirt weer aantrek. ‘Oh, en halverwege zijn we uitgestapt om even de benen te strekken, want vierentwintig uur vliegen is echt verrotte lang.’ 

Hoe boos ik ook ben, Lucas verblikt of verbloosd niet. Het lijkt net alsof hij al zijn emoties heeft uitgeschakeld.

‘Waarom kom je dan ook? Niemand dwong je.’

En daarmee doet hij definitief de deur dicht. 

‘Nou, sorry hoor dat ik de moeite heb genomen,’ bries ik. ‘Ik snap het ook niet helemaal. Maar ik dacht, misschien kan ik hiermee ons redden. Want het ene moment zijn we bezig met een nieuw huis in Delft Zuid, en  hebben we het zelfs over een bruiloft, en het andere moment heb jij je koffers gepakt om je aan te sluiten als vrijwilliger in Australië. Dus vergeef me dat ik zo warrig ben, maar die wending zag ik niet helemaal aankomen.’ Ik draai me snel van hem weg zodat hij de tranen in mijn ogen niet ziet. Buiten zit Juul, de valse koala, rustig op een stengel te knagen.

‘Juul.’ Lucas legt zachtjes zijn hand op mijn onderrug. Het is een aanraking die ik eigenlijk niet wil, maar ik ben zo moe ineens dat ik de kracht niet meer heb om hem van me af te schudden. ‘Zullen we anders even naar mijn kantoor gaan? Dan kunnen we wat rustiger praten.’ Hij duwt me voor zich uit naar buiten. Bij de brandtrap blijf hij staan.

‘Na jou.’ Hij wijst naar boven en ik ga hem voor de metalen trap op. Even lijkt het alsof hij met mijn vinger langs mijn kuit gaat. Ik durf niet te kijken. Het zullen wel de muggen zijn die in de schemer tevoorschijn komen. Het is nog steeds warm.Niet alleen van de dag, maar ook de hitte van het vuur dat een eind verderop steeds weer een stuk bos tot zich neemt zindert voort in de nacht.

Het kantoor van Lucas heeft zo te zien meerdere functies: opslagplaats, rommelhok, kleedkamer, en achter het bureau zie ik ook nog een bed staan. Op een prikbord aan de muur hangen schema’s, uitdraaien van uitslagen, een stappenplan om brandwonden bij dieren te verzorgen en een evacuatieplan. In het midden prijkt een krantenartikel. Brent, Lana en Lucas staan erop. Lucas heeft een koala in zijn armen alsof het een grote knuffel is. Dan pas zie ik waar ik de hele dag al bang voor ben geweest. Ik zie het aan de manier waarop Lana naar Lucas kijkt.

We zijn nog geen drie weken uit elkaar en hij heeft zijn geluk alweer opnieuw gevonden terwijl ik de scherven van zes jaar samen bij elkaar heb verzameld en een poging wil doen om het te lijmen.

‘Sorry,’ fluistert hij. Met zijn billen leunt hij tegen het bureau. Zijn armen heeft hij over elkaar hij geslagen. Hij ziet er verslagen uit. Ik voel me precies hetzelfde. Als ik had geweten dat ik hem voorgoed zou kwijtraken, dat zes jaar samen nooit meer zouden worden, dan had ik al die dingen die ik zei nooit gezegd. Dan had ik me lachend over al mijn principes gezet en was met hem meegegaan. Maar had hij dat wel gewild? 

‘Je komt niet meer terug naar Nederland he?’

Hij schudt zijn hoofd. ‘Voorlopig niet, Juul. Dit is wat ik altijd gewild heb. Vanaf het moment dat Brent en ik op die ranch waren zeven jaar geleden wist ik dat ik hier dierenarts wilde zijn.’

‘En ik hield je al die jaren tegen?’ Ineens komen zijn woorden ook weer boven. Ik was misschien degene die onze relatie in brand stak, maar hij gooide nog een paar blokken op het vuur die ene avond. Met een beetje olie erbij.

‘Ik had dat allemaal niet moeten zeggen,’ gaat Lucas verder. Hij wrijft zuchtend over zijn wangen. Het geluid van zijn handpalm over zijn ongeschoren wangen doen de haartjes op mijn arm overeind staan. Ik mis hem zo erg.

‘Je had gelijk toen je zei dat ik hier wilde helpen om vooral mezelf te helpen.’ Hij kijkt me nog steeds niet aan. Mijn hele lijf trilt van vermoeidheid en spanning. Ik laat me op zijn bed zakken waar ik word aangestaard door een bekend gezicht. Op het nachtkastje staat een foto. Van mij. Ik lach in de camera. Het was een van mijn mooiste momenten tijdens onze vakantie in Griekenland. Toen durfde ik nog wel met het vliegtuig weg. Lucas’ verwijt galmt weer door mijn hoofd.

Door jou roest ik vast.

‘Het was zo makkelijk om jou en je vliegangst de schuld te geven,’ gaat hij verder. ‘Mijn dromen dreven steeds verder bij me vandaan en ineens was daar Brent met zijn plan om ons in te zetten voor Australië. Hij in het wegrestaurant vrienden die hij aan onze trip had overgehouden, en ik als dierenarts. Het was een schitterend plan. Iedereen zou het begrijpen, zelfs bewonderen, en als we er eenmaal waren zou alles wel op zijn plaats vallen, dacht ik.’

‘Is dat niet zo dan? Jullie dan hartstikke goed werk.’ 

Lucas schudt zijn hoofd. Ik heb hem nog niet vaak zien huilen, maar zelfs zonder zijn gezicht goed te kunnen ziet weet ik dat de tranen uit zijn ogen glijden. Hij verbijt zich. Ik hoor het aan zijn ademhaling.

‘Hee lief,’ zeg ik als ik naar hem toe loop en voor hem gaan staan. Met mijn duim veeg ik een traan weg. ‘Het is niet erg.’

‘Jawel, dat is het wel.’ Hij wil zijn handen voor zijn gezicht slaan, maar ik houd hem voorzichtig tegen door mijn handen op zijn wangen te leggen. ‘

Ik schaam me dood, Juul. Pas toen ik het vliegtuig uitstapte, besefte ik wat je in je woede had geschreeuwd.’

‘Dat je een egoïstische klootzak in een humanitaire midlifecrisis was en dat je beter koffie kon gaan schenken in een bejaardenhuis omdat ze daar ook vrijwilligers te kort komen?’

Lucas lacht door zijn tranen heen. Als het had gekund, had ik hem gezoend. Maar dat is nu niet het moment. Of dat ooit nog gaat komen… ik weet het niet.

‘Het was meer dan alleen je vliegangst waarom je zo boos was, hè? Je was bang om ook mij kwijt te raken. Net als je broer.’

Daar hoef ik geen antwoord op te geven, want ik weet dat hij het in mijn ogen kan lezen. 

‘En ik zag het niet, egoïstische klootzak dat ik ben. Niet op dat moment. En iedere dag hier besefte ik het een beetje meer, en ik nam me voor om je te bellen, maar ik durfde niet meer terug. Bang om je echt kwijt te zijn. Dus hield ik me voor dat het was goed wat ik hier deed, en dat op een dag het wel helemaal goed zou komen.’

‘En toen was daar Juul de koala. Beter kan het niet.’

Hij lacht en hoewel het verdriet nog in zijn ogen staat ben ik blij dat er meer lucht lijkt te zijn in het gesprek.

‘Waarom vernoem je eigenlijk een valse koala naar mij?’

‘Ze is niet vals, Lana kan gewoon niet met haar overweg, en Juul kan er niet tegen dat Lana zo achter me aanloopt.’

Ik voel ineens een sterke band met mijn naamgenoot de koala. 

‘Wat doen we nu, Juul?’ Lucas kijkt me onderzoekend aan. Ik herken de twijfel in zijn gezicht. Alsof het vuur aan de ene kant steeds dichterbij komt, maar de zee aan de andere kant je afschrikt.

‘Oh, burn it down and bring it back stronger,’ zing ik zachtjes. ‘Ik hoorde dat liedje van Billy Locket toen ik in de taxi zat,’ beantwoord ik zijn vragende blik. ‘We kunnen twee dingen doen. Terug naar Nederland, waar we ons weer in een keurslijf dwingen. Jij in de praktijk van je vader die je ooit tegen je zin in gaat overnemen, en ik altijd op jacht naar een betere opdrachtgever, of we blijven nog even hier en we zien wel wat de tijd ons brengt.’

‘Dat kan best lang zijn.’

‘Als we samen zijn, vind ik dat niet erg,’ fluister ik. Voor het werk dat ik doe, hoef ik niet per se in Nederland te zijn. Ik kan als tekstschrijver overal werken. Ook hier.

‘Meen je dit echt, Juul?’ Zijn ogen fonkelen weer. Ontroering, liefde en nog iets. Heel even ben ik bang dat hij het gaat ‘relativeren’ en met allerlei doemscenario’s komt waardoor ik toch even ga twijfelen, maar als hij zijn lippen op de mijne drukt weet ik dat we blijven.

‘Heb ik al gezegd dat ik van je hou,’ mompelt hij tussen zijn kussen door. 

‘Je hebt niet eens “hallo” gezegd,’ zeg ik semi-mokkend. Ik duw hem van me af en kijk hem streng aan. Voor zover dat me lukt.

‘Dat meen je niet?’ Geschokt kijkt Lucas me aan, nu schiet ik wel in de lach. Vooral als hij overal om me gezicht kust. ‘Dat gaan we dan eens snel rechtzetten.’ Hij legt zijn handen onder mijn billen en tilt me moeiteloos op. Van schrik sla ik mijn benen om zijn middel. De laatste keer dat we dit thuis deden, verloor hij zijn evenwicht en zaten we een half uur later op de eerste hulp.

‘Ik heb geoefend met kangoeroes,’ verzekerd hij me. Die brutale grijns van hem doet me smelten, maar kan de stomp tegen zijn bovenaan niet voorkomen.

‘Kijk uit hoor, anders slaap je maar bij je koala vriendin.’

‘Ik heb de afgelopen dagen niet anders gedaan,’ lacht hij terwijl hij me op het bed neerlegt, en me dit keer wel helpt met het uittrekken van mijn shirt. ‘Juul redde mijn leven. Ik vond haar op een dag dat ik het echt niet meer zag zitten. Ik wilde naar huis, maar durfde niet en daar zat ze langs de kant van de weg. Verzwakt en gewond. Ze liet niemand in de buurt, behalve mij. Ik verzorgde haar wonden, sliep bij haar omdat ze ieder uur haar medicatie nodig had en langzaam bloeide ze op. Ze is echt leuk.’

Met een glimlach kijk ik naar de man die ik bijna aan de horizon had laten verdwijnen. Hij kleedt zich expres langzaam uit. Buiten kleurt de nacht zich met vlammen van het vuur.

‘Denk je dat het snel onder controle is?’ vraag ik als naast me komt liggen. Zijn warme lijf vertrouwd tegen me aan. 

‘Blijkbaar moet iets volledig uit de hand lopen om controle terug te krijgen. Er wordt nu hard gewerkt aan brandpreventie om dit in de toekomst te voorkomen.’

‘Een toekomst waar we samen aan gaan werken.’ Ik druk mijn neus in zijn hals en verlies me in zijn geur. Een beetje zweterig, maar voornamelijk Lucas. Mijn Lucas.

Wil jij ook je steentje bijdragen? Kom net als Lucas en Juul in actie en steun het Wereld Natuurfonds.

Be the first to leave a comment

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *