Hoofdstuk 3

admin  

Ben

Toen

‘Mijn vader heeft De ontdekking van de hemel liggen, die kun je toch kijken?’ Ember heeft haar lesboeken weer uitgestald op de tafel in de mediatheek van onze school. Als iemand mij zou vragen hoe ik mijn verkeringstijd met Ember tot nu toe zou samenvatten dan antwoord ik geheid: aan een tafel met de neus in de boeken. Voor iedere toetsweek moet ze blokken, en als er niets te leren valt, dan zijn er altijd wel verslagen die geschreven moeten worden, essays die moeten worden uiteengezet of gewoon de leeslijst moet verslonden worden. Je zou zeggen dat Ember alleen maar goede cijfers haalt, maar ze staat er dit jaar dramatisch slecht voor. De belangrijkste proefwerkweek in maart is cruciaal voor haar en ik vrees dat ik haar de komende zes weken weinig ga zien. Gek genoeg vind ik het niet eens heel erg. 

‘Het gaat erom dat je niet alleen de film kijkt, maar ook het boek leest dat erbij hoort. Een dikke pil zoals De ontdekking van de hemel zie ik echt niet zitten. Bovendien ik wil geen film kijken waarin mensen doodgaan.’

Ember trekt een gezicht dat twee dingen kan betekenen: A. ze heeft honger, B. ze is geïrriteerd. ‘Misschien hebben ze wel een film gemaakt van een songtekst,’ oppert ze met rollende ogen, waardoor ik weet dat we voor optie B. gaan. ‘Het schijnt dat daar tegenwoordig jouw interesses liggen.’

‘Tja.’ Ik doe maar net alsof ik de sneer tussen de regels door niet gehoord heb. We hebben binnenkort ons eerste optreden en dat vraagt gewoon de nodige voorbereiding. Het is alleen jammer dat niemand daar begrip voor lijkt te hebben. Dit weekend moet ik echt aan mijn wiskunde werken, maar eerst moet ik dat boekverslag af hebben. Met mijn nek al in de kramp van het schuinhouden, loop ik langs de boekenkasten op zoek naar een boek dat me aanspreekt en waarvan dan ook nog een film is gemaakt.

‘Ik heb Charlie and the Chocolate Factory gekeken,’ klinkt het achter me. ‘De Sik vond het bij ons gewoon goed.’

‘De Sik?’ Lachend draai ik me om. Maddy weet altijd wel iets te zeggen waar ik om moet lachen. ‘Noemen jullie die van Nederlands De Sik?’

‘Toen wij hem in de eerste kregen, wilde hij zijn baard laten staan, maar meer dan zo’n pluizig plukje dons werd het niet.’ Maddy haalt verontschuldigend zijn schouders op. Ik vind het eigenlijk wel grappig, vooral omdat onze docent Nederlands een enorm grote vent is, met blijkbaar toch een babyface.

Zoals altijd heeft Maddy een grote gebreide muts op zijn hoofd. Deze keer in de kleur rood. De rest van zijn kleding is wijd en zwart, maar zijn nagels zijn felroze. Het zijn echter die ijsblauwe ogen van hem die de aandacht trekken. 

‘Die Charlie-film mag dus ook?’ stamel ik. Bij Maddy in de buurt weet ik nooit echt goed wat ik moet zeggen. Lachen lukt me wel, vooral om alles wat hij zegt, maar echt een zinnig gesprek hebben we nog niet gevoerd. We kennen elkaar natuurlijk ook pas een paar maanden, en op de band na hebben we weinig overeenkomsten. 

Sjakie en de Chocoladefabriek is geschreven door een Engelse auteur,’ bemoeit Ember zich ermee. Ik sta in een ander gedeelte van de mediatheek, en er staan twee boekenkasten tussen ons in, maar blijkbaar heeft ze ons toch gehoord. ‘Dat mag niet.’

‘Jawel hoor,’ roept Maddy in een willekeurige richting. ‘De Sik is helemaal weg van Roald Dahl. Je mag mijn verslag wel lenen,’ voegt hij er wat zachter aan toe. Ik voel mijn wangen gloeien, huiswerk overschrijven is niet iets wat bij mij past, maar ik merk al een aantal weken dat ik sta te trappelen om van mijn veilige pad af te gaan. Het liefst met Maddy als tour guide.

‘Heb jij dan misschien ook de film?’

‘Ja, die staat bij ons op de harde schijf.’

‘Oh.’ Ik had gehoopt dat hij de dvd ergens had liggen. ‘Die harde schijf kan ik niet lenen natuurlijk. Misschien hebben ze hem in de bieb.’

‘Misschien,’ mompelt Maddy. Hij zet een stapje dichterbij. De neuzen van onze schoenen raken elkaar op een haartje na. ‘Je mag hem ook bij mij kijken,’ fluistert hij. Zijn blik houdt hij gericht op de grond en doordat hij zo zachtjes praat, trekt mijn lijf een aantal conclusies uit zijn vraag waar ik niet helemaal zeker van ben. Snel stop ik mijn handen in mijn zakken zodat hij niet ziet dat ik tril.

‘Lijkt me leuk,’ antwoord ik zachtjes zodat Ember het niet kan horen. Tenzij ze natuurlijk verdekt staat opgesteld achter de boekenkast. Ik zie haar er ook echt voor aan. ‘Zeg maar wanneer en hoe laat.’

‘Morgen tussen zeven en half acht?’ Maddy kijkt voorzichtig omhoog en ik begin direct te knikken.

‘Perfect, de hockeytraining gaat toch niet door vanwege het weer. Ze zeggen dat het gaat sneeuwen.’ Dat laatste zeg ik met hetzelfde enthousiasme als een klein kind dat naar een pretpark mag. Voor mij voelt zo’n witte wereld ook als een magisch pretpark. Als klein ventje was ik er al door gefascineerd en nog steeds heb ik het idee dat er een verborgen boodschap in die kleine sneeuwvlokjes ligt. Het is me alleen nog niet gelukt om die te doorgronden. 

Maddy kijkt me bedenkelijk aan. ‘Trainen jullie nog buiten? Het is januari.’

‘Alleen mietjes trainen binnen,’ klinkt het van achter de boekenkasten. ‘Echte mannen trainen buiten.’

Maddy kijkt me met grote ogen aan, hij bijt op zijn lip en ik doe mijn best niet in lachen uit te barsten. Stilletjes grinnikend neem ik afscheid van Maddy, zodat ik de laatste drie minuten van de pauze nog even Ember kan helpen met haar huiswerk.

De waarschuwing van de buschauffeur, dat de late bussen waarschijnlijk niet rijden vanavond vanwege het slechte weer en de dreigende gladheid, zit me niet lekker. Het zou betekenen dat de laatste bus al om negen uur rijdt, maar ik heb helemaal geen zin om tijdens het film kijken op de tijd te letten. Ik zou altijd nog een taxi kunnen bellen, of de chauffeur van mijn vader, maar dat laatste wil ik graag voorkomen als dat kan. Het klinkt overdreven, maar het woonerf waar Maddy woont is net zo groot als ons landgoed. Met dank aan oud geld en ouders die meer verdienen dan ze kunnen opmaken. Toch had ik liever wat vaker met mijn vader en moeder gezellig aan tafel gezeten dan twintig paar winterschoenen in de kast.  

Er staat geen auto op de oprit bij Maddy en ik vraag me af of zijn ouders dan wel thuis zullen zijn vanavond. Ondanks het dunne overhemd dat ik draag, krijg ik het ineens heel warm om vervolgens in een soort ijsbad te stappen. Wat is er toch met me aan de hand? Ik ga wel vaker bij een vriend een film kijken, en hoewel ik me dan niet zo druk maak om wat ik aan moet en hoe ik eruitzie, lijkt het me niet dat er iets mis kan gaan aan gewoon simpel naar een beeldscherm staren. Toch trilt mijn hand weer als ik aanbel. Achter de deur klinkt al gejoel en gejuich.

Maddy en ik zijn duidelijk niet alleen vanavond.

Is dat hem?

Mag ik naast hem zitten?

Of gaan jullie alleen op je kamer zitten?

Ik hoor allerlei verschillende kinderstemmen door elkaar, gevolgd door een luid ‘ooooeeeh’. Het lijkt wel alsof er een hele kinderklas aanwezig is. Uiteindelijk hoor ik een bekende stem erdoorheen mompelen.

‘Ga toch heen, stelletjes bemoeials.’ Na een paar klinken – waarschijnlijk moet de deur ook van het nachtslot – zwaait de deur open. ‘Hi. Kom binnen.’ Maddy stapt direct opzij om me binnen te laten. Het vrolijke gezicht dat ik van hem gewend ben, is nergens te bekennen. Zijn schouders hangen en hij heeft zijn mondhoek opgetrokken tot een vreemde grimas.

‘Het plan is iets gewijzigd.’ Zonder verder nog wat te zeggen loopt hij bij me vandaan. Ik gok in de richting van de keuken. Het is me niet helemaal duidelijk wat hij nu bedoelt. Een blik in de spiegel zegt me echter wel dat ik gigantisch overdressed ben met mijn halflange wollen jas, veterschoenen en nette pantalon. Er staan twee meisjes bij de vleugel die me met grote ogen aankijken.

‘Hij lijkt wel een directeur.’

En inderdaad, ik lijk net mijn vader.

Met het excuus al klaar dat ik niet al te lang kan blijven vanwege de bus die na negen uur niet meer rijdt, stap ik de keuken binnen waar het een drukte van jewelste is. Shanti herken ik meteen, en ik vermoed dat de man naast haar Ishaan is, Maddy’s pleegvader. Ze zijn druk in gesprek met een meisje van onze leeftijd met vuurrood haar. In een kinderstoel zit een peuter met een Danoontje en Maddy is met een kwaad gezicht neergeploft in de stoel bij het raam. Op de grond voor zijn voeten zitten twee jongetjes te spelen met een bak Duplo. Nog voor iemand iets heeft kunnen zeggen, stormen de twee meisjes binnen en gaan voor me staan.

‘Kijk uit hoor,’ mompelt Maddy. ‘Ze gaan je hypnotiseren.’ 

Ze zeggen inderdaad niets en kijken me nogal indringend aan. Het zijn hele schattige meisjes met twee van die vlechten, maar in horrorfilms zijn dat meestal degene voor wie je moet uitkijken.

‘We hebben taart gebakken,’ zeggen ze al springend in koor. Ze doen een gek wiebeldansje wat er wel komisch uitziet, maar ik durf er niet om te lachen. Maddy reageert slechts met luid afkeurend gesnuif.

‘Ik waarschuw je, Ben, ze proberen je om te kopen.’

‘Met wat voor doel?’ Het komt inderdaad een beetje bedreigend over. Vooral als ze allebei ook nog eens mijn hand vastpakken om daarmee te gaan staan zwaaien. Sta ik dan met twee van de minimeiden aan mijn zijde. Maddy kijkt nog steeds een beetje boos, dus blijkbaar is deze situatie niet om te lachen.

‘We willen naast je zitten,’ scanderen ze in koor. 

‘Naast me…?’ Ik snap echt even niet waar het over gaat, maar ik vermoed dat het gezellige filmavondje met Maddy definitief van de baan is. Als ik zijn kant op kijk, zie ik nog net hoe hij zich met rollende ogen achterover laat vallen.

‘Sorry, Ben,’ verzucht hij. ‘Maar je bent onderdeel van een familieavond.’

‘Een familieavond?’ Mijn hopeloze gezicht moet er heel komisch uitzien, want Shanti schiet meteen de lach.

‘Jij zei alleen dat je de film wilde kijken,’ zegt ze lachend tegen Maddy terwijl ze de peuter oppakt. ‘Wist ik veel dat je heel andere plannen had.’

Het ‘heel andere plannen’ veroorzaakt een kortsluiting in mijn hoofd, vooral omdat Maddy’s wangen ineens heel rood worden. In de keuken ontstaat langzaam een kakofonie aan geluid. De peuter begint te huilen, de kleuters krijgen ruzie om een auto en Ishaan is zeer verhit in een discussie met het meisje met het rode haar. De tweeling is ondertussen een soort van rondedans om me heen begonnen. Tussen alle chaos door zoek ik oogcontact met Maddy. Hij haalt glimlachend zijn schouders op.

‘Welkom in mijn familie.’

Ik moet toegeven dat ik het wel heel erg leuk vind om erbij te zijn. ‘De taart ziet er heerlijk uit,’ zeg ik en heb daarmee zo te horen definitief ingestemd met een filmavond met de hele familie. 

Be the first to leave a comment

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *